Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- Employer is a staffing agency engaged in the business of providing employees to its clients;
- Employer has been asked by [bedrijf 2] , [plaats 3] hereinafter called “Client” to provide them with the services of a Lead Piping Engineer,
- Employer will assign the Employee at Client to perform the duties and responsibilities connected to this role;
- Client shall be responsible for supervising and directing the Employee in the performance of his duties and responsibilities.
The agency work employment contract with agency clause will end by operation of law:
. as soon as the end date agreed in the agency work employment contract is reached;
at the request of the user company, because the user company is no longer willing or able to hire the temporary agency worker(…)
- are recruited outside the Netherlands by or on the instruction of the private employment agency; and/or
- are housed in the Netherlands to work in the Netherlands.
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
grief Iheeft [appellant] aangevoerd dat het uitzendbeding niet rechtsgeldig overeengekomen is. In de arbeidsovereenkomst van [appellant] staat dat sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst met een ‘temporary agency clause’, welke term niet voorkomt in artikel 7:691 BW Pro. In artikel 7:691 lid 2 BW Pro is bepaald dat ‘
in de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 op Pro verzoek van die derde ten einde komt’. Deze tekst komt niet voor in de arbeidsovereenkomst van [appellant] , terwijl dat wel had gemoeten, danwel had moeten worden verwezen naar artikel 7:691 BW Pro of naar de relevante bepalingen van de ABU-cao. Van [geïntimeerde] had mogen verwacht dat zij zich ervan had vergewist of het voor [appellant] duidelijk was waartoe hij zich verbond, zeker omdat hij voor zijn baan bij [geïntimeerde] vanuit Zuid-Afrika naar Nederland ging verhuizen. [appellant] verwachtte een uitzendovereenkomst voor een jaar aan te gaan, hetgeen volgens hem aansluit bij de bewoordingen ‘temporary agency clause’. [geïntimeerde] heeft [appellant] niet op het uitzendbeding geattendeerd, aldus [appellant] .
Kamerstukken II1996/97, 25 263, nr. 3, p. 34) is vermeld dat met deze bepaling wordt afgeweken van het arbeidsovereenkomstenrecht. Tevens is onderstreept dat dit beding vanwege het ‘wezenlijk belang’ daarvan voor de rechtspositie van de werknemer, schriftelijk moet worden overeengekomen. Voor de rechtspositie van een werknemer is het verschil tussen een uitzendovereenkomst met of zonder uitzendbeding zeer groot. Daarom is het schriftelijkheidsvereiste in het leven geroepen: het moet de werknemer aanstonds duidelijk zijn waarvoor hij tekent.
The Employee will start in Phase A of the CLA on a fixed-term employment agreement with atemporary agency clause[onderstreping hof]
and fixed hours.’
grief II tot en met grief Vgeen zelfstandig belang.
grief VIkomt [appellant] op tegen de afwijzing van zijn verzoek om een billijke vergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. [appellant] heeft daartoe – samengevat weergegeven – aangevoerd dat hij inkomensverlies ervaart sinds de beëindiging van de uitzendovereenkomst en kosten heeft moeten maken voor de (terug)verhuizing naar Zuid-Afrika. [appellant] heeft nog steeds geen nieuwe baan gevonden en hij heeft een gat in zijn CV. De beëindiging van de uitzendovereenkomst heeft zijn tol geëist van zijn relatie en zijn mentale gezondheid. [appellant] heeft aanspraak gemaakt op een billijke vergoeding van € 68.174,33 bruto en € 12.700,04 netto. Daarnaast heeft [appellant] een vergoeding voor onregelmatige opzegging van een maand van € 6.228,98 bruto verzocht, omdat op 10 februari 2025 de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2025 is opgezegd, waarmee geen rekening is gehouden met de opzegtermijn van een maand.