ECLI:NL:GHAMS:2026:588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf voor bezit en verspreiding kinderporno met aanpassing bijzondere voorwaarden en beslag
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 6 maart 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 januari 2024, waarin de verdachte werd veroordeeld voor bezit en verspreiding van kinderporno.
Het hof bevestigt de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en acht deze straf passend gezien de ernst van het feit. De bijzondere voorwaarden die door de rechtbank waren opgelegd en de beslissingen met betrekking tot het beslag op twee telefoontoestellen worden vernietigd, mede omdat de verdachte afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen goederen.
Het hof heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meegewogen, waaronder zijn positieve afronding van een behandeling en het betuigen van spijt, maar acht deze onvoldoende om tot een mildere straf te komen. De redelijke termijn in hoger beroep is met ongeveer twee maanden overschreden, wat het hof constateert zonder verdere sancties.
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M. Iedema, N.E. Kwak en A.C. Bijlsma.
Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met vernietiging van bijzondere voorwaarden en beslissingen op het beslag.