ECLI:NL:GHAMS:2026:59

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
23-001898-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis en vrijspraak in strafzaak met betrekking tot verdovende middelen en wapenbezit

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2024. De verdachte, geboren in 1985 en thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, was aangeklaagd voor meerdere feiten, waaronder het in voorraad hebben van ketamine, MDMA, 2C-B en het voorhanden hebben van een ploertendoder. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het tweede feit, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij hennep had binnengebracht. Het hof heeft echter wel bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in voorraad hebben van 45 kilogram ketamine, 250 gram MDMA en 318 gram 2C-B, alsook het voorhanden hebben van een ploertendoder. De verdachte is strafbaar bevonden en er is een gevangenisstraf van 21 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof heeft daarbij rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, evenals het reclasseringsadvies. De in beslag genomen verdovende middelen zijn onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit van deze middelen in strijd is met het algemeen belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001898-24
datum uitspraak: 13 januari 2026
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-151641-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 december 2025 en 13 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft ter terechtzitting kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep terzake van feit 2, bewezenverklaring van de feiten 1, 3 en 4 en na te noemen beslissingen met betrekking tot de strafoplegging en het beslag. Naar het oordeel van het hof is het hoger beroep ten aanzien van alle vier de ten laste gelegde feiten ontvankelijk.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 45 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine, in elk geval een werkzame stof, heeft bereid en/of in voorraad heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 318 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde MDMA en/of 2C-B (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op of omstreeks 3 mei 2024 te Amsterdam, een wapen(s), van categorie I, onder 1° of 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen ten aanzien van onder meer de bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraak feit 2

De advocaat-generaal heeft ter zitting verklaard dat het hoger beroep zich niet richt tegen de vrijspraak voor dit feit.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 45 kilogram ketamine, in elk geval een werkzame stof in voorraad heeft gehad;
3.
hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram MDMA en 318 gram van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
4.
hij op 3 mei 2024 te Amsterdam, een wapen, van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen onder 1, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van 45 kilogram ketamine zonder de daartoe vereiste registratie, en het voorhanden hebben van 250 gram MDMA en 318 gram van een stof bevattende 2C-B, alsmede een ploertendoder.
De hoeveelheid aangetroffen ketamine duidt er op dat deze bestemd was voor verdere verspreiding en handel. Het zonder registratie in voorraad hebben van ketamine, een stof die bestemd is om - onder strikte voorwaarden- als geneesmiddel te worden gebruikt, leidt tot ongecontroleerd bezit en potentieel gebruik van dit middel hetgeen, gelet op het bij niet medisch/professioneel gebruik schadelijke karakter hiervan, onwenselijk is.
Zowel het ongecontroleerd gebruik van ketamine als het gebruik van MDMA en 2C-B is schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van deze middelen vaak gepaard met andere strafbare feiten en geweld.
Door een ploertendoder voorhanden te hebben heeft de verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan het overtreden van de Wet wapens en munitie. Het voorhanden hebben van een verboden wapen brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich.
Het hof heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Tactus Reclassering Zwolle van 21 juni 2024 en het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 december 2025.
Gelet op de ernst van de feiten, met name het zonder registratie op voorraad hebben van een zeer grote hoeveelheid ketamine, kan niet worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
Om de verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen zal het hof de op te leggen gevangenisstraf deels in voorwaardelijke vorm opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Het procesdossier bevat een beslaglijst met daarop vermeld de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet terug gegeven voorwerpen, te weten verdovende middelen en poeder. Het onder de verdachte in beslag genomen en nog niet terug gegeven voorwerp met goednummer 6497482 staat niet op de beslaglijst.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat al deze goederen worden onttrokken aan het verkeer.
Het hof overweegt als volgt.
Onttrekking aan het verkeer
Het onder 1 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de verdovende middelen met het goednummer 6497512. Het onder 3 bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot de verdovende middelen met de goednummers 6497482 en 6497489. Deze verdovende middelen zullen op grond van de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) worden onttrokken aan het verkeer.
De overige bij het onderzoek in deze zaak in de woning van de verdachte aangetroffen en in beslag genomen verdovende middelen en poeder zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en de wet. Voor al deze goederen geldt dat hetzij door onderzoek is vastgesteld dat het om verdovende middelen gaat hetzij dat het, gelet op de omstandigheden waaronder deze zijn aangetroffen, niet anders kan dan dat het om verdovende middelen gaat. Immers de verdachte heeft na binnenkomst politie aangegeven dat er op diverse plaatsen in de woning drugs lagen, door de hele woning worden drugs aangetroffen en goederen die kennelijk gebruikt worden om die te verwerken en er zijn drugsgerelateerde notities aangetroffen. Zij zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer op grond van de artikelen 36b en 36d Sr.
Het hof zal gelet hierop al de in beslag genomen verdovende middelen en poeder onttrekken aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet economische delicten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
21 (eenentwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
3 STK Verdovende Middelen (G6497447);
1. STK Verdovende Middelen (G6497456);
1. STK Verdovende Middelen (G6497415);
1. STK Verdovende Middelen (G6497424);
1. STK Verdovende Middelen (G6497421);
1. STK Verdovende Middelen (G6497408);
2 STK Verdovende Middelen (G6497410);
1. STK Verdovende Middelen (G6497400);
1. STK Verdovende Middelen (G6497403);
1. STK Verdovende Middelen (G6497475);
1. STK Verdovende Middelen (G6497476);
1. STK Verdovende Middelen (G6497478);
1. STK Verdovende Middelen (G6497477);
3 STK Verdovende Middelen (G6497480);
4 STK Verdovende Middelen (G6497481);
1. STK Verdovende middelen (G6497482);
1. STK Verdovende Middelen (G6497485);
1. STK Verdovende Middelen (G6497489);
1. STK Verdovende Middelen (G6497492);
1. STK Poeder (G6497495);
1. STK Verdovende Middelen (G6497497);
1. STK Verdovende Middelen (G6497499);
I STK Verdovende Middelen (G6497504);
1. STK Verdovende Middelen (G6497505);
4 STK Verdovende Middelen (G6497512);
1. STK Ploertendoder (G412360).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. R. van der Heijden en mr. M.C. van der Mei, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 januari 2026.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat mede te ondertekenen.
[…]