Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging feit 3
en/of Heerhugowaard, in elk geval in Nederlandeen alarmpistool van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas/alarmpistool ("Bruni mod 92, kal 9mm") en/of 4 patronen (9mm Pa Blanc), voorhanden heeft gehad.
Vonnis waarvan beroep
- de bewezenverklaring van feit 3 (nu uit de bewijsmiddelen volgt dat de pleegplaats Heerhugowaard in plaats van Alkmaar betreft);
- de opgelegde gevangenisstraf en vrijheidsbeperkende maatregel;
- de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij
Bewezenverklaring feit 3
Oplegging van straf en maatregel
voorhanden hebbenvan een dergelijk wapen is ingevolge artikel 26 lid 5 WWM alleen verboden voor personen onder de 18 jaar. In beginsel is het voorhanden hebben van een kruisboog voor personen boven de 18 jaar dus niet verboden.
dragenvan een wapen uit categorie IV (met uitzondering van recreatieve activiteiten) echter verboden voor eenieder. Onder het begrip ‘dragen’ valt het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaats ‘bij zich hebben’ van een categorie IV wapen. Van ‘bij zich hebben’ is niet alleen sprake wanneer men het wapen aan het lichaam draagt. Daaronder valt volgens de Memorie van Toelichting ook al hetgeen men onder zijn onmiddellijk bereik heeft. [2] Uit de wet en de jurisprudentie volgt (vgl. HR 30 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0810, NJ 1998, 105) dat het bij zich hebben van een (onverpakt) categorie IV wapen in een auto op de openbare weg daar ook onder valt. Dat brengt mee dat het door de verdachte in voorliggende zaak (onverpakt) in de auto hebben van de kruisboog onder deze omstandigheden verboden was. De kruisboog die blijkens het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 14 november 2020 door de politie is aangetroffen in de auto waarin de verdachte reed, zal dan ook worden onttrokken aan het verkeer.
ongecontroleerdebezit daarvan in dit geval in strijd is met het algemeen belang, zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten als waarvan de verdachte vóór zijn aanhouding werd verdacht.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [aangever]
Opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
44 (vierenveertig) dagen.
€ 1.765,45 (duizend zevenhonderdvijfenzestig euro en vijfenveertig cent) bestaande uit € 765,45 (zevenhonderdvijfenzestig euro en vijfenveertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.