ECLI:NL:GHAMS:2026:656
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2024. Tijdens de terechtzitting op 24 februari 2026 heeft de verdachte namens zichzelf kenbaar gemaakt het hoger beroep niet te willen handhaven. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren geacht te zijn ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep in overweging genomen. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep en conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, op 24 februari 2026. De procedure werd afgesloten met de niet-ontvankelijkverklaring, waardoor het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.