In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 6 december 2019 bevestigd, behalve de opgelegde gevangenisstraf die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het vervoeren en voorhanden hebben van een grote hoeveelheid MDMA.
Het hof nam de ernst van de feiten in aanmerking, waarbij de verdachte samen met anderen gedurende acht maanden meerdere keren per week grote hoeveelheden XTC-pillen vervoerde en bezat. MDMA is een gevaarlijke stof met schadelijke maatschappelijke gevolgen. De verdachte stelde kennelijk eigen financieel gewin boven deze gevolgen, wat het hof ernstig aanrekent.
De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn hoge leeftijd, blanco strafblad en diverse ernstige medische aandoeningen, werden strafmatigend meegewogen. Ondanks deze omstandigheden achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, gezien de ernst van de feiten en de ongeschiktheid voor een taakstraf.
Het hof hield ook rekening met een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, wat leidde tot een vermindering van 10% van de straf. Uiteindelijk legde het hof een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van voorarrest. De tenuitvoerlegging vindt volledig plaats binnen de penitentiaire inrichting, met mogelijke deelname aan penitentiaire programma's of regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling.