ECLI:NL:GHAMS:2026:785

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
200.356.695/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 BWArt. 1:461 BWArt. 362 RvArt. 1:432 BWArt. 1:451 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag bewindvoerders en mentoren en benoeming opvolger wegens spoedeisend belang

De zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerders en mentoren heeft afgewezen. Eisers, familieleden van de betrokkene, vorderen het ontslag van de huidige bewindvoerders en mentoren en de benoeming van een professionele opvolger. De huidige bewindvoerders en mentoren hebben zelf ook verzocht om ontslag en benoeming van een andere professionele bewindvoerder.

Het hof overweegt dat het verzoek van de bewindvoerders om ontslag op eigen verzoek toelaatbaar is, ondanks het verbod van artikel 362 Rv Pro op zelfstandig verzoek in hoger beroep, vanwege de spoedeisendheid en het voluntair karakter van de procedure. De gezondheid van de betrokkene is verslechterd, wat het belang van een snelle opvolging benadrukt.

Het hof wijst het hoger beroep van eisers af wegens gebrek aan belang nu het ontslagverzoek van de bewindvoerders onweersproken is gebleven. Vervolgens benoemt het hof de door de bewindvoerders voorgestelde professionele opvolger, Goedhart Bewind B.V., vanwege de goede samenwerking met de zorginstelling en de mogelijkheid tot snelle oppakking van de zaak. Het bewijsaanbod van eisers wordt gepasseerd omdat het niet meer relevant is.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de jaarbeloning en aanvangsbeloning van de opvolgend bewindvoerder worden vastgesteld conform de geldende regeling.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van eisers af, ontslaat de huidige bewindvoerders en mentoren op eigen verzoek en benoemt Goedhart Bewind B.V. als opvolger.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.356.695/01
zaaknummer rechtbank: 11417136 MB VERZ 24-919 sc
beschikking van de meervoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak van

1.[eiser 1] ,

wonende te [plaats A] ,
hierna ook te noemen: [eiser 1] ,
2.
[eiser 2] ,
wonende te [plaats B ] ,
hierna ook te noemen: [eiser 2] ,
verzoekers in hoger beroep,
verweerders in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. D.G. Peters te Amsterdam,
en

1.[verweerder 1] ,

wonende te [plaats C] , gemeente [gemeente 1] ,
hierna te noemen: [verweerder 1] of mentor/bewindvoerder,
2.
[verweerder 2] ,
wonende te [plaats D] , gemeente [gemeente 2] ,
hierna te noemen [verweerder 2] of mentor/bewindvoerder,
verweerders in hoger beroep,
appelanten in incidenteel hoger beroep.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [betrokkene] , (hierna: de betrokkene),
- [naam 1] (hierna: [naam 1] ), en
- [naam 2] (hierna: [naam 2] ).

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over de vraag of [verweerder 1] en [verweerder 2] als mentor en bewindvoerder van de betrokkene moeten worden ontslagen en of vervolgens een andere mentor en bewindvoerder benoemd moet worden. De kantonrechter heeft beslist dat daarvoor geen aanleiding bestaat.
[eiser 1] en [eiser 2] zijn het daarmee niet eens en willen dat [verweerder 1] en [verweerder 2] alsnog ontslagen worden en dat een professionele mentor en bewindvoerder benoemd wordt.
[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben in hoger beroep verzocht om te worden ontslagen als mentor en bewindvoerder en om een andere professionele mentor en bewindvoerder te benoemen dan de degene die door [eiser 1] en [eiser 2] is voorgedragen.
2. De procedure in hoger beroep
2.1
[eiser 1] en [eiser 2] zijn op 9 juli 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 april 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter). Omdat het beroepschrift niet was ondertekend en ingediend door een advocaat is aan appellanten de gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen. Op 25 juli 2026 is een door mr. D.G. Peters ondertekend exemplaar van het beroepschrift bij het hof ingekomen.
2.2
Vervolgens is bij het hof een akte overlegging producties met toelichting, bewijsaanbod en wijziging van verzoek van de zijde van [eiser 1] en [eiser 2] ingekomen, op 5 september 2025.
2.3
Op 12 november 2025 heeft het hof een brief met bijlagen van 11 november 2025 ontvangen van de beide mentoren/bewindvoerders. Het hof heeft deze stukken retour gestuurd, omdat deze niet door tussenkomst van een advocaat waren ingediend.
2.4
De mondelinge behandeling heeft op 26 februari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- [eiser 1] en [eiser 2] bijgestaan door hun advocaat,
- de bewindvoerders/mentoren ( [verweerder 1] en [verweerder 2] );
- [naam 1] .
Bij die gelegenheid hebben de beide mentoren/bewindvoerders ( [verweerder 1] en [verweerder 2] ) mondeling verweer gevoerd en hebben zij - met instemming van appellanten - een (mondeling) tegenverzoek gedaan.
2.5
In verband met de spoedeisendheid van de zaak heeft het hof ter zitting mondeling uitspraak gedaan en is de uitspraak op 3 maart 2026 neergelegd in de vorm van een kop-staartbeschikking. Deze beschikking is de schriftelijke uitwerking daarvan.

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren [in] 1955 te [plaats E] . Hij verblijft momenteel in [instelling] , een instelling van Amsta die is gespecialiseerd in psychogeriatrie, neuropsychiatrie en oude en jonge mensen met dementie.
3.2
Bij beschikking van 12 december 2023 is ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld, met benoeming van [verweerder 1] en [verweerder 2] tot mentoren. Bij afzonderlijke beschikking van 12 december 2023 is tevens een bewind ingesteld over de goederen van de betrokkene, met benoeming van [verweerder 1] en [verweerder 2] tot bewindvoerders.
3.3
De betrokkene is de broer van [naam 1] , [naam 2] en [eiser 1] . Hij was tevens de broer van [naam 3] , die op 20 september 2024 is overleden. [eiser 2] is de weduwnaar van [naam 3] .
[naam 1] is getrouwd met [verweerder 1] . [verweerder 2] is de zus van [verweerder 1] .

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, kort samengevat, geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om [verweerder 1] en [verweerder 2] als mentor of bewindvoerder te ontslaan.
4.2
[eiser 1] en [eiser 2] verzoeken, met vernietiging van de bestreden beschikking, [verweerder 2] en [verweerder 1] te ontslaan als bewindvoerder en mentor, en [naam 4] van Numeriek Bewindvoering te benoemen als professionele bewindvoerder en mentor.
4.3
Ter zitting in hoger beroep hebben de beide mentoren/bewindvoerders ( [verweerder 1] en [verweerder 2] ) - met instemming van appellanten - bij wijze van (mondeling) tegenverzoek incidenteel hoger beroep ingesteld en het hof verzocht hen op eigen verzoek te ontslaan als bewindvoerder en mentor. Voorts hebben zij verzocht Goedhart Bewind te Hilversum te benoemen als professionele bewindvoerder en mentor. Tegen dit laatste hebben [eiser 1] en [eiser 2] verweer gevoerd.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Uit artikel 1:448, eerste lid aanhef en sub e en tweede lid, Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de bewindvoerder door de rechter ontslag kan worden verleend met ingang van een door deze te bepalen dag, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve.
5.2
Op grond van artikel 1:461, eerste lid aanhef en sub e en tweede lid, BW kan de mentor door de rechter ontslag worden verleend met ingang van een door deze te bepalen dag, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medementor of degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:451, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve.
5.3
[eiser 1] en [eiser 2] zijn het niet eens met de beslissing van de kantonrechter om hun verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerders en mentoren af te wijzen. Zij verzoeken het hof [verweerder 1] en [verweerder 2] alsnog te ontslaan wegens gewichtige redenen en een professionele mentor en bewindvoerder te benoemen in de persoon van [naam 4] van Numeriek Bewindvoering, die zich schriftelijk bereid verklaard heeft de benoeming te aanvaarden. Zij hebben dat verzoek nader onderbouwd in hun beroepschrift en in hun akte van 5 september 2025 en hebben voorts een bewijsaanbod gedaan.
5.4
[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd. Zij menen dat er geen gewichtige redenen aanwezig zijn om hen te ontslaan. Zij hebben er ter zitting op gewezen dat zij inmiddels zelf aan de kantonrechter hebben verzocht uit hun functie van bewindvoerder en mentor te worden ontslagen. Zij hebben bij de kantonrechter verzocht om tot opvolgend bewindvoerder en mentor te benoemen Goedhart Bewind B.V. te Hilversum (hierna: Goedhart Bewind), welk kantoor aan hen is voorgesteld door de medewerkers van [instelling] . Goedhart Bewind heeft zich schriftelijk bereid verklaard de benoemingen te aanvaarden.
Desalniettemin hebben [eiser 1] en [eiser 2] besloten dit hoger beroep door te zetten, waardoor de verhoudingen volgens [verweerder 1] en [verweerder 2] nodeloos nog verder op scherp zijn komen te staan. De kantonrechter heeft de beslissing op het ontslagverzoek van [verweerder 1] en [verweerder 2] aangehouden in afwachting van de uitkomst van dit hoger beroep.
5.5
Vervolgens heeft het hof ter zitting met partijen besproken dat duidelijk is dat alle betrokkenen het er over eens zijn dat [verweerder 1] en [verweerder 2] niet langer de bewindvoerders en mentoren zouden moeten zijn, zij het dat [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en [verweerder 1] en [verweerder 2] anderzijds het niet met elkaar eens zijn over de reden daarvoor en evenmin over de vraag wie [verweerder 1] en [verweerder 2] zou moeten opvolgen. Daarbij komt dat er een spoedeisend belang is ter zake van die opvolging, gezien de verslechterende gezondheidstoestand van de betrokkene. Ter zitting is gebleken dat betrokkene griep heeft gehad en een urineweginfectie. Hij is opgenomen in het ziekenhuis en is daar behandeld. Vervolgens kreeg hij een longontsteking. Uiteindelijk is besloten hem weer terug te plaatsen naar [instelling] , waarnaar hij op de ochtend van de mondelinge behandeling in hoger beroep is overgeplaatst.
Het hof heeft met partijen besproken dat voor toewijzing van het ontslagverzoek van [eiser 1] en [eiser 2] zwaarwegende redenen nodig zijn, terwijl de vraag is of de aangevoerde redenen, die bovendien door [verweerder 1] en [verweerder 2] zijn weersproken, als voldoende zwaarwegend kwalificeren. Daarentegen stelt de wet aan een ontslag op eigen verzoek geen bijzondere eisen.
5.6
Artikel 362 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat eraan in de weg dat een partij in hoger beroep voor het eerst een zelfstandig verzoek doet. Alle partijen hebben er echter ter zitting in hoger beroep op voorstel van het hof uitdrukkelijk mee ingestemd dat [verweerder 1] en [verweerder 2] alsnog zelf mondeling verzoeken hen te ontslaan als bewindvoerders en mentoren. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de aard van de zaak meebrengt dat aan het verbod van artikel 362 Rv Pro moet worden voorbijgegaan. Het betreft hier een verzoekschriftprocedure met een voluntair karakter. Het gaat daarbij om de uitvoering van wetsvoorschriften waarin maatregelen ter bescherming van algemene of bijzondere belangen zijn vervat. Alle partijen, met inbegrip van de betrokkene, hebben er bovendien belang bij dat spoedig wordt beslist omtrent het ontslag van de bewindvoerders en mentoren en de benoeming van een opvolger. Ten slotte vertoont het verzoek voldoende samenhang met het oorspronkelijke verzoek van [eiser 1] en [eiser 2] . Het hof acht het verzoek van [verweerder 1] en [verweerder 2] , dat tevens neerkomt op het instellen van incidenteel hoger beroep, dan ook toelaatbaar.
5.7
Nu het ontslagverzoek van [verweerder 1] en [verweerder 2] onweersproken is gebleven, ligt dat voor toewijzing gereed. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. Toewijzing daarvan betekent dat het hoger beroep van [eiser 1] en [eiser 2] bij gebrek aan belang moet worden verworpen.
5.8
Wat dan nog resteert is de beslissing wie tot opvolgend bewindvoerder en mentor moet worden benoemd. Partijen hebben daar ieder een eigen voorstel voor gedaan. Het hof acht het het meest in het belang van de betrokkene om het voorstel van [verweerder 1] en [verweerder 2] te volgen door Goedhart Bewind te benoemen. [verweerder 1] en [verweerder 2] hebben onweersproken gesteld dat Goedhart Bewind is voorgesteld door [instelling] , dat tussen Goedhart Bewind en [instelling] een goede samenwerking bestaat en dat Goedhart Bewind in staat is de zaak snel op te pakken. Dat laatste geeft de doorslag, gezien de zorgwekkende medische toestand van de betrokkene. Dat betekent dat het hof het voorstel van [verweerder 1] en [verweerder 2] overneemt en dat van [eiser 1] en [eiser 2] afwijst.
5.9
[eiser 1] en [eiser 2] hebben een bewijsaanbod gedaan om hun verzoek tot ontslag van [verweerder 1] en [verweerder 2] nader te onderbouwen. Gezien het voorgaande komt het hof echter aan bewijslevering niet toe, zodat het hof het aanbod passeert.
5.1
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
in incidenteel hoger beroep:
ontslaat met ingang van 2 maart 2026 als bewindvoerder en mentor:
  • [verweerder 1] , wonende te [plaats C] , gemeente [gemeente 1] ,
  • [verweerder 2] , wonende te [plaats D] , gemeente [gemeente 2] ;
bepaalt dat de rekening en verantwoording als bedoeld in art 1:445, lid 1 BW zal worden afgelegd aan de kantonrechter;
benoemt met ingang van 2 maart 2026 tot opvolgend bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van
[betrokkene] , geboren te [plaats E] [in] 1955, en tot opvolgend mentor te zijnen behoeve:
 Goedhart Bewind B.V. te Hilversum (postbus 1073, 1200 BB Hilversum);
stelt de jaarbeloning van de opvolgend bewindvoerder en mentor vast overeenkomstig art. 5 juncto Pro art. 2, lid 2, sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, en bepaalt dat aan de opvolgend bewindvoerder en mentor een aanvangsbeloning toekomt van
€ 1.380,- op de voet van art. 2, lid 5, sub a van genoemde regeling;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in principaal hoger beroep:
verwerpt het beroep;
in principaal en incidenteel hoger beroep:
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. A.N. van de Beek en mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 26 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.
Nadat de mondeling gedane uitspraak op 3 maart 2026 in verkorte beschikking was neergelegd, is deze schriftelijke uitwerking op 12 maart 2026 vastgesteld door voornoemde raadsheren en ondertekend door de voorzitter.