Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 maart 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 25 juni 2025. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van opzetheling van een gestolen bromfiets. De verdachte was vrijgesproken van een andere tenlastelegging, maar het hoger beroep betrof de zaak met parketnummer 13-119325-25.
Uit het bewijs, waaronder camerabeelden met geluid en aangifte, bleek dat de verdachte samen met een medeverdachte handelingen verrichtte aan de bromfiets die kort daarvoor was gestolen. Het hof concludeerde dat de verdachte wist dat de bromfiets gestolen was en deze voorhanden had. De verdediging voerde aan dat de verdachte de bromfiets niet voorhanden had en geen nauwe samenwerking bestond, maar het hof verwierp deze verweren als niet aannemelijk.
De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzetheling. Gezien de ernst van het feit, het strafblad van de verdachte en zijn jeugdige leeftijd, legde het hof een taakstraf van 60 uur op in plaats van de eerder opgelegde gevangenisstraf van twee weken. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke werkstraf uit een andere zaak werd afgewezen.