ECLI:NL:GHAMS:2026:807
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en vaststelling vakantieverdeling in belang minderjarige
De zaak betreft een geschil over de zorgregeling voor een minderjarige van 7 jaar tussen haar ouders. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige om de week wisselt tussen de ouders en vakanties en feestdagen gelijk verdeeld zijn. De moeder verzocht om aanvullend risicotaxatieonderzoek (MASIC) en een feitengericht kind-interview (NICHD-protocol) om de veiligheid en dynamiek tussen ouders en kind beter in kaart te brengen, wat door de rechtbank was afgewezen.
In hoger beroep handhaaft het hof de zorgregeling en wijst het verzoek om aanvullend onderzoek af, mede omdat de Raad voor de Kinderbescherming en andere betrokken instanties geen signalen van onveiligheid bij de vader hebben geconstateerd. Het hof benadrukt het belang van emotionele toestemming van de ouders en een traject bij Nicare om de communicatie en omgang te verbeteren. De moeder's verzoek om een zeer beperkte zorgregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor onveiligheid.
De vakanties en feestdagen worden conform het meer subsidiaire verzoek van de moeder vastgesteld, in overeenstemming met de afspraken tussen ouders. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij het hof benadrukt dat verdere procedures niet in het belang van de minderjarige zijn. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling en vakantieverdeling, wijst aanvullend risicotaxatieonderzoek af en compenseert proceskosten tussen partijen.