Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van feit 2
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
lijktte hebben. In dat kader is bovendien relevant dat de verdachte op de camerabeelden die bij de woning aan de [adres 2] zijn gemaakt, op enig moment met een slagwapen (een stuk pijp) te zien is (dat hij van [benadeelde partij 2] had afgepakt) en, anders dan [benadeelde partij 1] , niet met een mes. Tot slot heeft de verdachte zelf telkens ontkend dat hij [benadeelde partij 1] heeft gestoken en heeft hij verklaard dat wat door de politieambtenaren op de camerabeelden is aangezien voor een steekwapen in werkelijkheid zijn witte mobiele telefoon was die hij in zijn hand had. Dit alles brengt het hof tot de conclusie dat de verdachte niet als (één van de) pleger(s) van de poging tot doodslag op [benadeelde partij 1] , in de zin van steker(s), kan worden aangemerkt.
Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot doodslag geldt dat het opzet van de verdachte zowel op de nauwe en bewuste samenwerking met zijn mededader(s) als op de verwezenlijking van dat tenlastegelegde grondfeit moet zijn gericht. In dit geval zou dan moeten blijken dat het opzet van de verdachte erop was gericht om tezamen en in vereniging met anderen [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, door met dat opzet [benadeelde partij 1] meermalen met een mes te steken.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
- de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van het onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt;
- de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft gehad op het dagelijkse leven van de benadeelde partij;
- de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters wordt opgelegd.
hoofdelijkzal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Om te bevorderen dat die schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
- de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van het onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt;
- de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft gehad op het dagelijkse leven van de benadeelde partij;
- de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters wordt opgelegd.
hoofdelijkzal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Om te bevorderen dat die schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
€ 31.036,00 (eenendertigduizend zesendertig euro) bestaande uit € 1.036,00 (duizend zesendertig euro) materiële schade en
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
€ 12.019,00 (twaalfduizend negentien euro) bestaande uit € 19,00 (negentien euro) materiële schade en € 12.000,00 (twaalfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.