3.4.Gewoontewitwassen (feit 2) en oogmerk witwassen (feit 1)
Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden bewezen heeft verklaard dat de verdachte als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie dat gewoontewitwassen als oogmerk heeft en dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 tenlastegelegde medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof neemt hieronder een groot deel van de overwegingen van de rechtbank over. Daarnaast geeft het hof aanvullend een aantal nadere overwegingen.
Het hof zal net als de rechtbank eerst feit 2 bespreken (medeplegen van gewoontewitwassen) en daarna feit 1 (als leider deelnemen aan een criminele organisatie met als oogmerk gewoontewitwassen).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld – kort gezegd - dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien van tien auto’s, een woning in Marbella, diverse geldbedragen van in totaal € 11.641.333,65 en vier horloges.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit – samengevat – dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De verdachte stelt daartoe dat de diverse goederen een legale herkomst hebben, en dat de aangetroffen geldbedragen en boekhouding niets te maken hebben met criminele activiteiten, maar met zijn werkzaamheden als “underground banker”.
Oordeel van het hof
De beschuldiging van witwassen bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk bedragen genoemd in kasboeken, aangetroffen contante geldbedragen, voertuigen, een woning en horloges. Het hof zal deze onderdelen hieronder bespreken, maar zal voorafgaand hieraan beoordelen wat het (legale) inkomen van de verdachte was.
Gewoontewitwassen (feit 2)
Legaal inkomen
Uit door de ICOV (het hof begrijpt: de infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen) verstrekte gegevens over de verdachte blijkt dat hij vanaf 1 januari 2011 geen geregistreerd inkomen heeft gehad en dat het totaal vermogen uit bankspaargelden, effecten en verzekeringen bedroeg:
€ 4.785,00 in 2011,
€ 41.794,00 in 2012,
€ 45.313,00 in 2013 en
€ 49.474,00 in 2014.
De verdachte was verder in het bezit van twee creditcards. Daarmee zijn in de periode van 1 januari 2011 tot en met 9 maart 2016 geen transacties gedaan.
In Colombia beschikte de verdachte over een spaarrekening, een woningkrediet en twee consumentenkredieten, waarvan geen saldogegevens bekend zijn.
[betrokkene 13] heeft verklaard dat zij de zakenpartner van de verdachte was in het bedrijf [bedrijf 1] . Zij verklaarde dat het bedrijf begon als grenswisselkantoor, maar dat het kantoor niet van de grond kwam omdat er geen vergunning was. De economische activiteit van het bedrijf is toen veranderd, waarna het bedrijf zag op dienstverlening in onroerend goed en administratievoering bij de koop en verkoop van onroerend goed. Volgens [betrokkene 13] kreeg de verdachte vanuit dat bedrijf ongeveer € 3.500,00 aan inkomsten. Zij verklaarde dat zij in Dubai een dochteronderneming hebben opgericht. Verdachte zou daarmee ongeveer 16.000,00 USD hebben verdiend.
Verder is naar voren gekomen dat de verdachte in 2007 onroerend goed met (omgerekend naar euro’s) € 14.088,23 winst heeft verkocht.
Het hof stelt vast dat er vanaf 2011 geen legale inkomsten van de verdachte in Nederland bekend zijn en de verdachte geen voldoende concrete en onderbouwde verklaring heeft afgelegd over de inkomsten die hij in Colombia en/of Dubai heeft gegenereerd. Ook heeft de verdachte geen stukken overgelegd op basis waarvan zijn inkomsten en vermogen in Colombia en Dubai kunnen worden vastgesteld. Het hof gaat er daarom van uit dat buiten bovenvermelde gegevens, de verdachte niet beschikte over ander legaal inkomen.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in de betreffende periode voor 52% aandeelhouder was van een geldwisselkantoor in Colombia, en daarmee ongeveer 4.000 dollar loon per maand verdiende, dat hij daarnaast inkomsten had uit de verhuur van onroerend goed, dat hij een bankkrediet had van 150.000 en een banklening van 150.000 voor onroerend goed, en dat hij vier creditcards had met een limiet van 4.000. De verdachte heeft dit ter zitting niet met nadere stukken onderbouwd.
Herkomst van goederen en geld
Het hof zal hieronder onderzoeken wat de herkomst is van de bedragen genoemd in de kasboeken, de aangetroffen contante geldbedragen, voertuigen, een woning en de horloges.
Kasboeken en notities: € 10.132.703,00
Op 5 juli 2016 werd de woning van [betrokkene 12] aan de [adres 2] in Amsterdam doorzocht. Er is een notitieboek in beslag genomen. Op die dag werd ook de woning van [betrokkene 4] aan de [adres 3] in Amstelveen doorzocht. Ook daar werd een notitieboek gevonden en in beslag genomen. De inhoud van de notitieboeken is nagenoeg identiek. Uit deze notitieboeken kan worden afgeleid dat dit kasboeken zijn, waarin inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode zijn weergegeven.
In de woning van [betrokkene 4] vond de politie ook nog drie losse notities. Deze drie notities zijn onderdeel van een kasboek uit 2015 en hebben betrekking op een periode van achttien weken. De notities zaten verstopt in een boek in de slaapkamer van [betrokkene 4] .
Verder trof de politie in de woning van [betrokkene 12] een telefoon van het merk BlackBerry (goednummer 5216793) aan. In deze telefoon zijn notities opgeslagen die overeenkomen met de bij [betrokkene 12] en [betrokkene 4] aangetroffen kasboeken. Ook bevatten de notities gegevens die betrekking hebben op de periode van 27 januari 2016 tot en met 23 februari 2016 en op de periode van 1 juli 2016 tot en met 4 juli 2016.
De verdachte heeft op de terechtzitting van het hof op 26 februari 2026 verklaard dat [betrokkene 4] , [betrokkene 12] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] voor hem werkten.Hij gaf opdrachten aan [betrokkene 4] en – bij afwezigheid van [betrokkene 4] – aan [betrokkene 3] .
Ter terechtzitting van de rechtbank van 9 maart 2021 heeft de verdachte bevestigd dat in de kasboeken de inkomsten en uitgaven door [betrokkene 4] werden bijgehouden en dat hij opdrachten van geldoverdrachten altijd aan [betrokkene 4] gaf. [betrokkene 4] gaf weer opdrachten aan [betrokkene 12] .
De politie heeft de bedragen die in de kasboeken en de losse notities zijn vermeld bij elkaar opgeteld. Daaruit blijkt dat in een periode van 40 weken een bedrag van € 10.132.703,00 contant is uitgegeven. In een schema ziet dat er als volgt uit:
Het hof concludeert dat op basis van de bevindingen kan worden vastgesteld dat de notitieboeken en notities zagen op contante in- en uitgaven die kunnen worden gerelateerd aan activiteiten van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank en bij het hof verklaard dat in de kasboeken weliswaar inkomsten en uitgaven staan die [betrokkene 4] in opdracht van hem heeft ontvangen dan wel gedaan, maar dat de kasboeken niet met zekerheid alleen zijn boekhouding betreffen. De verdachte stelt dat [betrokkene 4] ook persoonlijke uitgaven kan hebben genoteerd. Hij heeft verder verklaard dat de werkwijze was dat hij ook voor zichzelf een kasboek bijhield en dat hij regelmatig samen met [betrokkene 4] afsprak om de kasboeken te vergelijken. Op die manier moest [betrokkene 4] verantwoording afleggen voor de door hem genoteerde inkomsten en uitgaven en werd bepaald wat persoonlijke uitgaven van [betrokkene 4] waren en wat bedrijfsuitgaven waren.
Het hof gaat niet mee in deze stelling van de verdachte. De verdachte heeft dat kasboek – waaruit deze verschillen zouden kunnen blijken en daarmee aldus ondersteuning van zijn verklaring zou kunnen bieden – niet overhandigd, ook niet nadat hij daartoe nadrukkelijk door het hof was uitgenodigd. Hij heeft ter zitting van het hof verklaard dat hij ook in hoger beroep zijn eigen kasboek niet wil overleggen. De verdachte heeft ook verder geen stukken overhandigd die zijn verklaring zouden kunnen ondersteunen. Daar komt bij dat het hof – op basis van het dossier – niet is gebleken dat in de kasboeken persoonlijke inkomsten en uitgaven zijn genoteerd die klaarblijkelijk zijn te herleiden naar [betrokkene 4] , [betrokkene 12] of andere personen die voor de verdachte werkten.
Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat de kasboeken uitsluitend op de activiteiten van de verdachte zagen en dus niet ook op privéuitgaven ten behoeve van anderen.
De conclusie is dan ook dat door de organisatie van de verdachte in de betreffende periode € 10.132.703,00 contant is uitgegeven.
Het hof overweegt over de inhoud van de kasboeken het volgende.
[adres 1] te Amsterdam
In de kasboeken komen maandelijkse betalingen terug met de omschrijving: appartement en elektra (de Nederlandse vertaling van het Spaanse ‘Depa-Luz’) en de vermelding van de betreffende maand. Zo staat in het kasboek vermeld (uit het Spaans vertaald): ‘-2.100 – appartement-elektra februari – 01-03’ (bijlage 10 op pagina A 1409). Uit de gegevens van de ING bankrekening van [betrokkene 12] blijkt dat op 2 maart 2016 in totaal € 2.100,00 contant op de bankrekening van [betrokkene 12] is gestort, waarna € 1.754,00 is overgeboekt naar [bedrijf 2] met als omschrijving ‘C579300’ (bijlage 4 op pagina A 1401). Uit de gegevens van de ING bankrekening van [betrokkene 12] blijkt voorts dat in de periode van 5 juni 2015 tot en met 3 maart 2016 in totaal € 19.213,16 is betaald voor de woning aan de [adres 1] in Amsterdam (bijlage 4 op pagina A 1401). In het kasboek staat ook vermeld (uit het Spaans vertaald): ‘-2.100 – appartement-elektra maart – 04-04’ (bijlage 10 op pagina A 1410). Uit gegevens van een ABN AMRO bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] op naam van [betrokkene 12] blijkt dat op 5 april 2016 € 2.000,00 contant op deze bankrekening is gestort, waarna € 1.755,00 naar [bedrijf 2] met als omschrijving ‘C579300’ (bijlage 3 op pagina A 1400) en € 218,00 naar NUON (klantnummer [klantnummer 2] ) is overgeboekt (bijlage 8 op pagina A 1405). In de periode van 5 juni 2015 tot en met 3 juni 2016 is in totaal € 5.265,00 voor de woning aan de [adres 1] in Amsterdam betaald (bijlage 3 op pagina A 1400).Het dossier bevat een brief van [bedrijf 2] BV van 25 april 2016, gericht aan [verdachte] en betreft het perceel [adres 1] te Amsterdam. Als kenmerk staat vermeld: C579300.Het dossier bevat tevens een acceptgiro van 27 april 2016, gericht aan [verdachte] voor de [adres 1] in Amsterdam. Het daarop vermelde klantnummer is: [klantnummer 1] .
De verdachte stond van 22 mei 2006 tot en met 30 november 2007 ingeschreven op het adres [adres 1] in Amsterdam. Na deze datum heeft niemand zich meer op dit adres ingeschreven. Het energiecontract voor deze woning staat vanaf 1 augustus 2005 op naam van de verdachte (klantnummer [klantnummer 1] ). Vanaf 4 augustus 2014 tot en met 24 november 2015 zijn de rekeningen betaald met het ING bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Dit bankrekeningnummer staat op naam van [betrokkene 12] .
Op 14 februari 2012 werd de verdachte in een ander onderzoek aangehouden. Voorafgaand aan de aanhouding werd gezien dat [betrokkene 14] zeer vermoedelijk een sleutel van de verdachte kreeg, waarna [betrokkene 14] het perceel [adres 1] in Amsterdam betrad. [betrokkene 14] heeft tijdens zijn politieverhoor verklaard dat de woning waar hij naar binnenliep van ‘ [naam 21] ’ is.
De verdachte stond op 9 november 2011 weliswaar voor één dag ingeschreven op het adres [adres 4] in Amsterdam, maar de bewoners van dit adres hebben verklaard dat de verdachte een zoon van een kennis is, dat hij niet woonachtig is op dat adres en hier nooit heeft gewoond. De verdachte was op het adres ingeschreven vanwege een inschrijfadres voor zijn rijbewijs.
Op 5 juli 2016 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in het perceel [adres 1] in Amsterdam. In de hal en in de slaapkamers hingen foto’s van de verdachte en zijn vriendin. Er lagen ook diverse persoonlijke goederen in het huis, zoals telefoons, harddisks en een notebook. Op één van de harddisks stonden foto’s van de verdachte. Op een iPhone die in de slaapkamer is aangetroffen is een iCloud account aangetroffen met emailadres [e-mailadres 1] @hotmail.com. Op een notebook zijn honderden foto’s en filmpjes aangetroffen, waaronder veel vakantiefoto’s van de verdachte. Op het notebook staan de Windows Live Messenger Contactpersonen van de e-mailadressen [e-mailadres 2] @hotmail.com en [e-mailadres 3] @hotmail.com.
De verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat de woning aan de [adres 1] van hem was, maar dat hij er weinig gebruik van maakte. Als hij er niet was, konden anderen gebruik maken van de woning.
Op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat er – ten behoeve van kosten voor een appartement – contante geldbedragen op één van de bankrekeningen van [betrokkene 12] werden gestort, waarna betalingen voor de woning aan de [adres 1] in Amsterdam werden verricht. Ook kan op grond van de aangetroffen foto’s, notebook en harddiscs worden vastgesteld dat deze woning feitelijk aan de verdachte toebehoorde.
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de woning van hem was, maar dat [betrokkene 4] de woning van hem mocht gebruiken vanaf het moment dat hij geëmigreerd was. Wel wilde hij van de woning gebruik kunnen maken als hij in Nederland was en dan zou hij ook voor die periode huur betalen (documentcode 11557416, pagina U 0131). De verdachte heeft deze verklaring ten overstaan van het hof bevestigd. Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig. In de woning zijn veel persoonlijke spullen aangetroffen die aan de verdachte kunnen worden gekoppeld. Hij heeft bovendien tijdens de uitleveringszitting in Chili een andere verklaring afgelegd, namelijk dat hij het appartement had overgedragen aan zijn zus en zwager (documentcode 10987817, pagina A 6511) en tijdens zijn aanhouding in een ander onderzoek in 2012 weer een andere verklaring afgelegd, namelijk dat hij bij zijn moeder en zus verbleef als hij in Nederland was. Tijdens die aanhouding had de verdachte bovendien documenten bij zich waaruit bleek dat de [adres 1] in Amsterdam nog steeds zijn woning betrof. Gelet op de wisselende verklaringen – in samenhang met het energiecontract bij Nuon dat op naam van de verdachte is gesteld, de persoonlijke spullen die in de woning zijn aangetroffen en de bevindingen in het kader van zijn aanhouding in 2012 – stelt het hof vast dat de woning aan de [adres 1] in Amsterdam feitelijk nog steeds aan de verdachte toebehoorde. De verklaring van de verdachte – inhoudende dat de woning door [betrokkene 4] werd gebruikt, dat hij aan hem had gevraagd om de spullen van hem weg te halen die niet door anderen gezien of meegenomen mochten worden en hij daarom niet weet waarom er nog persoonlijke spullen van hem in de woning lagen – schuift het hof dan ook als ongeloofwaardig terzijde.
All Safe opslagbox
In het kasboek van [betrokkene 12] staat verder genoteerd dat op 30 juni 2016 € 2.500,00 uit de kas is opgenomen met de omschrijving ‘appartement, elektra, box’ (de Nederlandse vertaling van het Spaanse ‘depa lux box’ (bijlage 1 op pagina A 1372).
Op 5 juli 2016 vond een doorzoeking plaats in de opslagruimte met nummer [nummer 1] van het bedrijf Mini opslag All Safe. In deze opslagruimte zijn meerdere goederen gevonden die kunnen worden gelieerd aan de verdachte, zoals een op zijn naam gesteld (verlopen) Nederlands paspoort, een paspoort op naam van zijn vriendin [betrokkene 15] en twee foto’s van de verdachte en een vrouw.In de opslagruimte is ook een scooter Piaggio voorzien van het kenteken [kenteken 3] aangetroffen. Deze scooter is volgens de Rijksdienst voor het Wegverkeer op naam gesteld van de verdachte.Het huurcontract van de opslagruimte [nummer 1] stond vanaf 4 mei 2010 op naam van [betrokkene 16] . De facturen van 14 april 2016 en 15 mei 2016 zijn betaald vanaf het ABN-AMRO bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [betrokkene 12] . De facturen van 14 juni 2016 en 29 juni 2016 zijn per pin betaald op de vestiging van All Safe. De overige facturen zijn contant op de vestiging van All Safe betaald. Vanaf 6 juli 2016 zijn de facturen niet meer betaald.Op afbeeldingen van twee bankafschriften van de ABN-AMRO bankrekening [rekeningnummer 2] van [betrokkene 12] zijn de betalingen aan All Safe te zien, te weten twee keer € 355,71 op 31 mei 2016 en € 355,71 op 29 juni 2016.
Het hof stelt vast dat uit het kasboek ook blijkt dat er met de kasgelden is betaald voor de huur van de opslagbox bij All Safe en dat deze opslagbox – gelet op de persoonlijke spullen die daar van de verdachte zijn aangetroffen – in gebruik was bij de verdachte. De verklaring van de verdachte dat de opslagbox kennelijk door [betrokkene 4] is gebruikt voor de opslag van zijn spullen uit de [adres 1] die [betrokkene 4] op zijn verzoek uit de woning zou hebben gehaald, schuift het hof – onder verwijzing naar wat al hierboven is overwogen ten aanzien van die verklaring alsmede het gegeven dat de opslagbox op naam van een derde staat – als ongeloofwaardig terzijde.
Versluierd taalgebruik
Volgens de politie wordt in de kasboeken op een versluierde manier genoteerd, namelijk door gebruik te maken van gefingeerde namen en onduidelijke omschrijvingen, zoals bijvoorbeeld “ontvangen vriend” en “50 duizend Largo”.
Tussenconclusie
Het hof leidt uit dit bewijs af dat het de bedoeling was dat de verdachte niet (administratief) naar de [adres 1] en de opslagbox herleid zou kunnen worden. Tenaamstelling of betalingen door een ander zonder dat daarvoor een aannemelijke verklaring wordt gegeven, wijzen erop dat daarmee eigendom wordt verhuld. Het hof concludeert voorts dat in de kasboeken de inkomsten en uitgaven versluierd zijn aangegeven, waardoor de herkomst en de bestemmingen van de geldbedragen – op basis van alleen de notities in de kasboeken – voor derden niet herleidbaar zijn naar specifieke personen. Zo is er geen sprake van een duidelijke en uitgebreide administratie waarin de volledige namen van de ontvangers worden genoteerd. Versluierd taalgebruik is een indicator voor witwassen omdat het dient ter verhulling.
Het hof heeft in de dossierstukken geen aanwijzingen gevonden dat dit geld een legale herkomst had. De hiervoor beschreven feiten en omstandigheden wijzen er op dat de geldbedragen met een totaal van € 10.132.703,00 die de verdachte en de personen die voor hem werkten voorhanden hebben gehad, van misdrijf afkomstig waren.
Contante geldbedragen van € 1.462.440,00 (aangetroffen in de woning van [betrokkene 4] ) en € 46.190,65 (aangetroffen bij de aanhouding van de verdachte)
Tijdens de doorzoeking van de woning van [betrokkene 4] aan de [adres 3] in Amstelveen op 5 juli 2016 is in een doos met opschrift ‘Louis Vuitton’ € 1.186.500,00 aangetroffen, bestaande uit € 500,00 biljetten. Daarnaast werd in een kartonnen doos in de kantoorruimte € 2.75.940,00 aangetroffen, bestaande uit onder meer drie € 500,00 biljetten. Het totaalbedrag is € 1.462.440,00.
Op 1 maart 2016 vraagt [betrokkene 4] in een telefoongesprek met [betrokkene 17] of ze wil kijken ‘hoeveel T-shirts er liggen’ en vraagt [betrokkene 17] aan [betrokkene 4] ‘of hij het maandelijks meeneemt’. [betrokkene 4] kondigt aan ‘dat hij zo [bijnaam 31] langs stuurt om dat te brengen’. Die avond wordt [betrokkene 17] om 21:15 uur gebeld door een man die zegt dat hij over een kwartier bij haar is. Het telefoonnummer blijkt in gebruik te zijn bij [betrokkene 12] . Door een observatieteam is gezien dat om 21:51 uur [betrokkene 12] de woning van [betrokkene 4] verlaat. Een dag later praten [betrokkene 17] en [betrokkene 4] over T-shirts en vraagt [betrokkene 4] : “Maar gisteren, [bijnaam 31] heeft je wat gebracht maar hoeveel ligt er nog van daarvoor?”.
[betrokkene 17] heeft bij de politie verklaard dat het gesprek over geld ging.
Uit het in de woning van [betrokkene 4] aangetroffen kasboek en de losse notities blijkt dat op sommige momenten zeer veel geld in de kas aanwezig was. Zo is in de periode van 2 maart 2015 tot en met 7 juni 2015 een bedrag van minimaal € 3.195.000,00 in de kas voorhanden geweest en op 18 juli 2016 € 2.398.500,00.
Op het moment dat de verdachte op 20 oktober 2017 in Chili werd aangehouden, was hij in het bezit van 6.668.236 Chileense peso (omgerekend naar euro: € 8.955,70) en 5.910 Unites Arab Emirates Dirham (omgerekend naar euro: € 1.308,85). Ook had de verdachte € 35.926,10 in zijn bezit, bestaande uit onder meer coupures van € 100,00, € 200,00 en € 500,00.
Tussenconclusie
Uit het kasboek dat [betrokkene 4] in het kader van zijn werkzaamheden voor de verdachte bijhield – waarvan het hof al heeft vastgesteld dat het volledig de boekhouding van de organisatie van de verdachte betreft – blijkt dat er op sommige momenten zeer veel contant geld in de kas aanwezig was. Gelet daarop alsmede op het telefoongesprek tussen [betrokkene 17] en [betrokkene 4] en de observatie van de voor de verdachte werkzame [betrokkene 12] op 1 maart 2016, is het hof van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [betrokkene 4] het in zijn woning aangetroffen geldbedrag van € 1.462.440,00 in het kader van zijn werkzaamheden voor de verdachte voorhanden had. Het geldbedrag bestond mede uit zeer grote coupures. De dossierstukken bieden geen aanwijzingen dat dit geld een legale herkomst had. Onder verwijzing naar wat al hiervoor is overwogen ten aanzien van de uitgegeven geldbedragen van (in totaal) € 10.132.703,00 wijzen al deze feiten en omstandigheden erop dat ook het bij [betrokkene 4] aangetroffen geldbedrag van misdrijf afkomstig is.
Ten aanzien van het geldbedrag van in totaal € 46.190,65 (€ 8.955,70 + € 1.308,85 +
€ 35.926,10) dat de verdachte bij zich had tijdens zijn aanhouding in Chili op 20 oktober 2017, overweegt het hof dat ook dat geldbedrag niet kan worden verklaard uit de bekende legale inkomsten van de verdachte. Hij heeft bovendien wisselend verklaard over dit geldbedrag. Zo heeft de verdachte in eerste instantie bij de politie verklaard dat hij van dat geld cadeautjes voor zijn familie en ‘dat soort dingen’ wilde kopen. Op een later moment heeft hij verklaard dat het geldbedrag legale inkomsten uit één van zijn bedrijven in Colombia betrof (documentcode 11557416, pagina U 130). Ter terechtzitting van de rechtbank op 9 maart 2021 heeft de verdachte evenwel verklaard dat het niet zijn geld was maar van een klant die dat geld wilde investeren in Chili. Op de zitting van het hof heeft hij verklaard dat hij dit bedrag via underground banking in pesos had overgemaakt naar Dubai. Vervolgens heeft hij dit bedrag in Dubai in euro’s opgenomen in grote coupures, en weer meegenomen naar Chili. Hij deed dit naar eigen zeggen omdat hij zo via de wisselkoers kon profiteren van een winstmarge. Desgevraagd kon hij niet uitleggen waarom de verklaringen in de loop van de tijd zo verschillend zijn.
Voertuigen
Op 21 maart 2016 vond een doorzoeking plaats in het bedrijfspand van [betrokkene 18] aan de [adres 5] in Naarden. [betrokkene 18] is bestuurder van meerdere BV’s, waaronder [bedrijf 3] en [bedrijf 4] , handelsnaam [bedrijf 4] . Tijdens de doorzoeking werd in de gang in een kastje dat als afwerking van verwarmingspijpen moet dienen, een A4 map aangetroffen. In de map zaten diverse insteekhoezen gevuld met bescheiden behorend bij voertuigen met Duitse kentekens: [kenteken 4] , [kenteken 5] , [kenteken 6] , [kenteken 7] , [kenteken 8] , [kenteken 9] , [kenteken 1] en [kenteken 2] . Deze voertuigen betreffen exclusieve en dure auto’s:
- [kenteken 4] : Mercedes-Benz ML 63 AMG nieuwprijs is € 166.100,00
- [kenteken 5] : Mercedes-Benz E 63 AMG nieuwprijs is € 153.221,00
- [kenteken 6] : Mercedes-Benz E 500 nieuwprijs is € 100.500,00
- [kenteken 7] : Mercedes-Benz AMG GLE 63S nieuwprijs is € 198.210,00
- [kenteken 8] : Mercedes-Benz E 500 nieuwprijs is € 107.395,00
- [kenteken 9] : Volkswagen Passat nieuwprijs is € 67.790,00
- [kenteken 1] : Audi RS3 Sportback nieuwprijs is € 71.860,00
- [kenteken 2] : Audi RS3 Sportback nieuwprijs is € 71,860,00
Uit informatie van Europol blijkt dat alle voertuigen ten name stonden van het Duitse bedrijf [bedrijf 5] , gevestigd te Gronau (Duitsland). [bedrijf 5] is een onderneming van [betrokkene 19] .
Van voornoemde voertuigen zijn de volgende bescheiden in de A4-map aangetroffen:
- [kenteken 4]
o een factuur voor een Mercedes-Benz ML 63 AMG gericht aan [betrokkene 18] . Verkoper is het Duitse bedrijf [bedrijf 6] , gedagtekend op 20 mei 2015. Verkoopbedrag is € 98.319,33;
o Een bewijs van aanbetaling van € 40.000,00 vanaf betaalrekening [rekeningnummer 3] (privérekening van [betrokkene 18] ), gedagtekend op
22-05-2015. Bij de omschrijving staat vermeld: Anzahlung ML 63 AMG VINNR.355630.
o Een kwitantie waarin vermeld is dat een contante betaling is gedaan door [betrokkene 18] van €77.000,00 op 26 mei 2015 voor een Mercedes ML 63 AMG;
o Het originele kentekenbewijs, deel I en ll, bouwjaar 9 oktober 2014, chassisnummer [nummer 2] ;
- [kenteken 5]:
o het originele kentekenbewijs deel I en II (Mercedes-Benz E 63 AMG);
o een aankoopfactuur van € 82.500,00 gericht aan [bedrijf 5] te Gronau (Duitsland) van [bedrijf 7] , gevestigd te Malaga (Spanje);
o kopie Belgisch bewijs op naam van [betrokkene 20] ;
o Belgisch rijbewijs op naam van [betrokkene 21] ;
- [kenteken 6]:
o een kopie kentekenbewijs deel I en een origineel deel II, afgegeven voor een Mercedes E500 cabriolet, chassisnummer [nummer 3] , bouwjaar 14 juni 2011;
- [kenteken 7]:
o een kopie en een origineel kentekenbewijs deel I en II, afgegeven voor een Mercedes AMG GLE 63S, chassisnummer [nummer 4] , bouwjaar 24 juli 2015;
- [kenteken 8]:
o het originele en een kopie van het kentekenbewijs, afgegeven voor een Mercedes E500 cabriolet, chassisnummer [nummer 5] , bouwjaar 4 juli 2014;
o verzekeringsbewijs [kenteken 8] , afgifte 14 september 2015 ten name van [bedrijf 5] ;
o een kopie van het Chileense paspoort van [verdachte] ;
o een kopie van het Nederlandse rijbewijs van [verdachte] ;
- [kenteken 9]:
o het origineel kentekenbewijs deel I en II, afgegeven voor een Volkswagen Passat met chassisnummer [nummer 6] , bouwjaar 22 mei 2013;
o een rekening van [bedrijf 8] gericht aan [bedrijf 3] te Naarden voor een Volkswagen Passat met het chassisnummer [nummer 6] . Eindbedrag € 62.941,00;
- [kenteken 1]:
o het originele kentekenbewijs deel I en II behorend bij een Audi RS3 Sportback;
- [kenteken 2]:
o het origineel en een kopie van het kentekenbewijs, chassisnummer [nummer 7] , bouwjaar 4 november 2015;
o factuur, bedrag € 62.500,01 dd 3 november 2015 voor [bedrijf 9] .
Op 4 mei 2015 zijn de auto’s met kenteken [kenteken 5]en [kenteken 6]waargenomen bij het perceel [adres 6] te Marbella (Spanje). De huur voor dat perceel werd betaald door [betrokkene 2] . Ook de auto’s met kenteken [kenteken 7][kenteken 9]zijn daar gezien.
Op 9 oktober 2015 is op camerabeelden van het Van der Valk hotel in Breukelen te zien dat [betrokkene 2] bij het hotel komt aanrijden in een personenauto van het merk Mercedes, voorzien van kentekenplaat [kenteken 6] , met als bijrijder [betrokkene 3] .
De auto met kenteken [kenteken 7] is op 17 april 2016 met als bestuurder [betrokkene 4] in Spanje gecontroleerd.
De verdachte is op 30 november 2015, 2 december 2015, 23 en 24 februari 2016 waargenomen in de auto met kenteken [kenteken 1] . Op 2 december 2015 werd de verdachte in Frankrijk gecontroleerd toen hij in de auto met kenteken [kenteken 1] reed. [betrokkene 2] is op 30 november 2015 en op 17 en 21 februari 2016 waargenomen in de auto met kenteken [kenteken 1] .Op 1 december 2015 is gezien dat de verdachte in de auto met kenteken [kenteken 2] reed. Op 2 december 2015 is [betrokkene 2] in Frankrijk gecontroleerd toen hij in deze auto reed.
Op 26 juni 2015 zijn de verdachte en [betrokkene 3] staande gehouden door de politie in Malaga. [betrokkene 3] identificeerde zich met een identiteitskaart op naam van [naam 22] .
Uit het onderzoek 13Luxing blijkt dat [betrokkene 21] op 30 november 2015 in het Van der Valk hotel in Breukelen een kamer heeft geboekt en toen contact heeft gehad met de verdachte.
Tussenconclusie
Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat de voertuigen met de kentekens [kenteken 4] , [kenteken 5] , [kenteken 6] , [kenteken 7] , [kenteken 8] , [kenteken 9] , [kenteken 1] en [kenteken 2] door [betrokkene 18] zijn gekocht en op naam van het bedrijf [bedrijf 5] gevestigd te Gronau (Duitsland) – het bedrijf van [betrokkene 19] – zijn geregistreerd. Het betroffen hoofdzakelijk zeer exclusieve en dure auto’s. Bescheiden van deze voertuigen, een kopie van het paspoort en het rijbewijs van de verdachte en een vals identiteitsbewijs dat is gebruikt door [betrokkene 3] zaten verstopt in een kastje dat als afwerking van verwarmingspijpen moest dienen. De verdachte is in een aantal van deze auto’s op meerdere data gezien. Ook is gezien dat verschillende personen die voor de verdachte werkten, te weten [betrokkene 4] , [betrokkene 12] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] gebruik maakten van een aantal van deze voertuigen.
Het hof heeft onderzocht op welke wijze deze auto’s, en het gebruik daarvan, is gefinancierd. De volgende feiten en omstandigheden zijn daarbij van belang.
1 op 1-telefoon
Op 29 februari 2016 voert [betrokkene 12] in de Volvo een telefoongesprek met een onbekende man. Uit dit gesprek blijkt dat [betrokkene 12] een telefoon heeft gekocht en daar de applicatie WhatsApp op heeft gezet. [betrokkene 12] moet het nummer van de NN-man toevoegen in WhatsApp en die telefoon vervolgens aan een vriend van de NN-man geven.De stem van de NN-man is vermoedelijk de stem van de verdachte.
Uit de bakengegevens blijkt dat [betrokkene 12] vervolgens naar de [adres 7] in Naarden, het adres waar het bedrijf van [betrokkene 18] is gevestigd, rijdt.
Vervolgens klinkt het geluid van de centrale deurvergrendeling, gaat het portier open en zegt [betrokkene 12] tegen de NN-man: “
Dit is voor jou, dat weet je? (…) Staat [bijnaam 32] . (…) Is de enigste.. Er is maar een…ehhh..een contactpersoon. (…) He je weet, ik kom van [bijnaam 2] , he? Dat weet je. (…) Ik moest dit naar jou brengen en die telefoon, en er staat al een bericht verzonden naar hem toe, dus dan kan jij ehhh..met hem..ehhh”. Vervolgens vraagt de NN-man:
“Dus dan kan ik deze nu gebruiken. Dat is gewoon een iPhone6? (…) En die gebruiken we alleen hiervoor, he?”Daarop antwoordt [betrokkene 12] bevestigend. Vervolgens geeft [betrokkene 12] de pincode voor de telefoon door, te weten 002016.
Tijdens de doorzoeking bij [betrokkene 18] op 21 maart 2016 is een iPhone 6 aangetroffen. De telefoon kon worden ontgrendeld met de door [betrokkene 12] genoemde pincode. In de telefoon stonden drie WhatsApp-gesprekken, waaronder een gesprek waarin door de gebruiker van het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] op ‘dinsdag’ is gestuurd:
“Hey vriend dit is mijn nummer. Met de vriend van de ‘GLE 63”. De laatste dinsdag vóór 21 maart 2016 is 15 maart 2016. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer + [telefoonnummer 1] blijkt dat het telefoonnummer op 14 maart 2016 is gekoppeld aan een iPhone 6 met het imei-nummer [imei-nummer 1] . De verdachte is op 16 juni 2016 in Spanje aangehouden voor het tonen van een vals legitimatiebewijs. Hij had toen een Iphone 6 met imei-nummer [imei-nummer 2] bij zich. In het proces-verbaal van bevindingen is geverbaliseerd dat het imei-nummer uit 15 cijfers bestaat en het laatste cijfer een controlecijfer is; als het laatste cijfer anders is, blijft het imei-nummer uniek.
[kenteken 4]
In de losse notities die in de woning van bij [betrokkene 4] zijn aangetroffen staat onder meer vermeld: “01-07 – 117.000 – ML Benz gegeven”.
In het onderzoek 26Wallis is onder [betrokkene 22] een telefoon inbeslaggenomen. In die telefoon bevindt zich een database waarin onder meer staat vermeld: “01-07-2015 – [naam 23] – 117.000 – Betaling [naam 24] ”.
Uit het onderzoek 26Planthopper is gebleken dat er op 5 november 2015 een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen [betrokkene 18] en [betrokkene 22] , waarin onder meer door [betrokkene 18] het volgende is gezegd:
“Maar zijn broer was hier of één van zijn familie, want die auto met Chili is wel klaar”.
Uit het aangiftesysteem AGS van de Douane is gebleken dat de Mercedes-Benz [kenteken 4] op 23 november 2015 door [bedrijf 4] – het bedrijf van [betrokkene 18] - in Rotterdam in een uitgaand zeeschip is geladen, met als bestemming [adres 8] te Chillan (Chili). De verdachte en zijn vader – [naam 25] Castillo – zijn woonachtig (geweest) op het adres [adres 8] te Chillan (Chili). Uit een lopend strafrechtelijk onderzoek in Chili is gebleken dat de vader van de verdachte in Chili gebruik maakte van deze Mercedes welke is voorzien van een Chileens kenteken en dat dit kenteken is bevestigd over een Duitse kentekenplaat, beginnend met een B en eindigend op een 6.
Het Chileense kenteken staat in Chili op naam van een in Engeland woonachtige Chileen genaamd [naam 26] .
Tussenconclusie
Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de auto met kenteken [kenteken 4] met geld van de organisatie van de verdachte is betaald. Uit de bij [betrokkene 18] aangetroffen bescheiden blijkt dat [betrokkene 18] in totaal € 117.000,- (€ 77.000,00 en € 40.000,00) voor dit voertuig heeft aanbetaald. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat in het op een notitie aangetroffen bij [betrokkene 4] en in een telefoon van [betrokkene 22] is vermeld als bedrag dat aan ‘ [naam 27] ’ is gegeven voor een ‘ML Benz’. Dat met ‘ [naam 27] ’ [betrokkene 18] wordt bedoeld wordt ondersteund door het gesprek tussen [betrokkene 22] en [betrokkene 18] over een auto die naar Chili moet en de vaststelling dat er op 1 juli 2016 namens de verdachte door [betrokkene 12] € 50.000,00 naar [betrokkene 18] is gebracht. De auto met kenteken [kenteken 4] is ook daadwerkelijk naar Chili verscheept, alwaar het voertuig door de vader van de verdachte wordt gebruikt. Het hof stelt voorts vast dat de verdachte – net als de woning aan de [adres 1] in Amsterdam, de opslagbox bij All Safe en de kasgelden – administratief niet aan het voertuig te koppelen is en de bewijsmiddelen aanwijzingen bieden dat hij zijn betrokkenheid probeert te verhullen. In dat licht is het opvallend dat de verdachte een 1 op 1-telefoon naar [betrokkene 18] laat brengen en vervolgens op 21 maart 2016 een bericht stuurt naar [betrokkene 18] waarin hij niet zijn naam zegt maar zichzelf voorstelt als ‘de vriend van de GLE 63’. Het bekende legale inkomen van de verdachte kan niet verklaren hoe hij over dit exclusieve voertuig kan beschikken. Het hof heeft in de dossierstukken geen aanwijzingen gevonden dat deze auto is gekocht met geld dat een legale herkomst had. Alles afwegende, is het hof van oordeel dat het bewijs ten aanzien van dit voertuig aanwijzingen biedt dat het is gefinancierd met geld dat van misdrijf afkomstig is. De ter terechtzitting van de rechtbank op 9 maart 2021 afgelegde verklaring van de verdachte dat dit voertuig door een oom van hem is aangeschaft, schuift het hof – bij gebrek aan enige onderbouwing en in het licht van het voorgaande – als onaannemelijk terzijde.
Bij de beantwoording van de vraag of ten aanzien van overige voertuigen ook kan worden vastgesteld dat deze zijn gefinancierd met geld dat van misdrijf afkomstig is, heeft het hof acht geslagen op de volgende feiten en omstandigheden.
[kenteken 7]
Op een losse notitie aangetroffen bij [betrokkene 4] was vermeld dat er op 08-07 27.000 is gegeven voor de aanbetaling van een Mercedes Benz GLE. Op 17 april 2016 is de bestuurder van de auto met kenteken [kenteken 7] in Spanje gecontroleerd. De bestuurder was [betrokkene 4] . Ook is deze auto gezien bij het perceel [adres 6] in Marbella, voor welk perceel [betrokkene 2] de huur betaalt.
[kenteken 8]
Dit voertuig is in 2016 door verschillende – aan de verdachte gelieerde -personen gebruikt. Zo is de auto op 13 en 17 februari 2016 door [betrokkene 2] gebruikt en op 17 februari 2016 ook door [betrokkene 23] . Op 21 februari 2016 is de auto bestuurd door [betrokkene 24] , de zwager van de verdachte en op 22 en 24 februari 2016 door de toenmalige vriendin van de verdachte.
[kenteken 9]
Op een losse notitie die bij [betrokkene 4] is aangetroffen, is vermeld: “07-07 – 68.200 – afgegeven voor Passat”. In de database van de GSM van [betrokkene 22] staat vermeld: “07-07 – 62000 – passat”. Bij de doorzoeking bij [betrokkene 22] werd een handgeschreven notitie aangetroffen met de vermelding: “Passat 68.200 voor 15e betalen”.
[kenteken 10]
Op 1 maart 2016 is blijkens de kasboeken € 35.000,00 uit de kas gehaald met de omschrijving “auto Duitsland”. Tijdens een doorzoeking van de woning van [betrokkene 12] zijn twee facturen van 1 maart 2016 van het bedrijf [bedrijf 10] , gevestigd te [adres 9] te Baesweiler (Duitsland) aangetroffen. Het betreft een factuur voor het tunen en aanbrengen van luxe onderdelen voor een Mercedes S63 AMG Cabriolet. Op de rekening staat een stempel met handtekening en de tekst‘-17.500,- bar 01.03’. Bar betekent contant in het Duits.Factuur 2 betreft een factuur van 1 maart 2016 en is gericht aan [bedrijf 4] te Naarden, een onderneming van [betrokkene 18] . Het totaalbedrag van de rekening is € 30.006,81 voor het tunen en aanbrengen van luxe onderdelen voor een Audi RS6 4.0 V8. Op de factuur staat een stempel met een handtekening met de tekst: ‘-17.500,-bar 01.03’. Volgens de gegevens van het baken in de Volvo met kenteken [kenteken 11] is de Volvo op 1 maart 2016 in Duitsland geweest. Uit de OVC (opname vertrouwelijke communicatie) in de Volvo blijkt dat [betrokkene 12] de bestuurder was.
Uit informatie van Bureau Sirene te Portugal blijkt dat de verdachte op 7 juli 2016 vanaf Lissabon Airport met het vliegtuig naar Dubai is vertrokken en een Audi RS6 met kenteken [kenteken 10] op 31 augustus 2016 op het parkeerterrein van het vliegveld in Lissabon is aangetroffen. De auto werd onder een dikke laag stof aangetroffen en had daar kennelijk voor een langere periode stil gestaan. De auto is op 6 oktober 2016 door een onbekende man opgehaald.De verdachte heeft ten overstaan van het hof bevestigd dat hij toen die Audi op het parkeerterrein van de luchthaven heeft geparkeerd.
Voor wat betreft de Mercedes E 63 AMG ( [kenteken 5] ) en de auto’s met kenteken [kenteken 6] , [kenteken 7] , [kenteken 1] en [kenteken 10] overweegt het hof nog het navolgende.
Getuige [getuige 2] is door de politie in Duitsland gehoord. Hij heeft verklaard dat hij werkzaam is bij [bedrijf 10] en dat de volgende voertuigen bij [bedrijf 10] zijn getuned: Mercedes Benz E500 ( [kenteken 6] ), Mercedes Benz GLE 63 S AMG ( [kenteken 7] ), Audi RS 3 Sportback ( [kenteken 1] ), Audi RS 6 Avant (zonder kenteken) en een Mercedes Benz E 63 AMG. Hij had steeds contact met ‘ [betrokkene 25] ’, maar dat was niet de eigenaar van de auto’s. “ [naam 28] ” zou de eigenaar geweest moeten zijn. Dat is de getuige te weten gekomen bij het afhalen van een auto. Hierbij was een persoon aanwezig die zich als [naam 28] voorstelde en beweerde de eigenaar van de auto’s van die opdrachten te zijn. [getuige 2] beschrijft ‘ [naam 28] ’ als ongeveer 35-40 jaar oud, Zuid-Amerikaans type, sportief uiterlijk. Aan de getuige zijn vervolgens foto’s getoond en gevraagd of hij de personen op de foto’s kent. Daarop heeft hij ten aanzien van de persoon op foto 4 geantwoord dat dat ‘ [naam 28] ’ zou kunnen zijn.Op foto 4 staat de verdachte afgebeeld.
Op de iPhone van de verdachte die in de woning aan de [adres 1] in Amsterdam in beslag is genomen is een WhatsApp-bericht aangetroffen dat is verstuurd naar [naam 29] . In dat bericht staat vermeld: “Goeden avond, dit is [naam 28] . Ben van het appartament aan de [adres 1] ”.
TussenconclusieHet hof heeft in de dossierstukken geen aanwijzingen gevonden dat de voertuigen met kentekens [kenteken 5] , [kenteken 6] , [kenteken 7] , [kenteken 1] en [kenteken 10] zijn gekocht en het gebruik daarvan is gefinancierd met legaal geld. Het hof vindt verder van belang dat getuige [getuige 2] van [bedrijf 10] heeft verklaard dat een man genaamd ‘ [naam 28] ’ bij [bedrijf 10] is langs geweest en dat deze ‘ [naam 28] ’ heeft gezegd dat hij de eigenaar van de auto’s is. Dat zouden de Mercedes Benz E500 ( [kenteken 6] ), Mercedes Benz GLE 63 S AMG ( [kenteken 7] ), Audi RS 3 Sportback ( [kenteken 1] ), Audi RS 6 Avant (zonder kenteken) en een Mercedes Benz E 63 AMG zijn. De getuige heeft ten aanzien van een aan hem getoonde foto verklaard dat de man op de foto ‘ [naam 28] ’ zou kunnen zijn. Hoewel dit niet kan worden beschouwd als een volledige herkenning is het hof van oordeel dat in samenhang met alle overige bevindingen ten aanzien van de voertuigen alsmede het gegeven dat de tweede naam van verdachte ‘ [naam 28] ’ is, met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de ‘ [naam 28] ’ is waarover getuige [getuige 2] heeft verklaard. De stelling van de verdediging dat de verdachte zichzelf nooit ‘ [naam 28] ’ noemt wordt – onder verwijzing naar het WhatsApp-bericht aan [naam 29] waaruit blijkt dat de verdachte zichzelf weldegelijk ‘ [naam 28] ’ noemt – verworpen. Het hof overweegt voorts dat ook ten aanzien van deze voertuigen geen administratieve koppeling is te maken met de verdachte, zodat ook hier sprake lijkt te zijn van een afschermconstructie.
Het hof overweegt ten aanzien van het voertuig met kenteken [kenteken 10] in het bijzonder dat op grond van de kasboeken, de bakengegevens van de Volvo met kenteken [kenteken 11] en de stemherkenning van [betrokkene 12] , kan worden vastgesteld dat op 1 maart 2016 met geld uit de kas van de organisatie van de verdachte twee facturen van [bedrijf 10] zijn betaald. Eén van de facturen heeft betrekking op een Audi RS6 4.0 liter V8.
Het hof overweegt ten aanzien van auto met kenteken [kenteken 5] in het bijzonder dat in de A4 map die bij [betrokkene 18] is aangetroffen schriftelijke bescheiden zijn aangetroffen van diverse voertuigen, waarvan slechts één voertuig een Mercedes E 63 AMG betreft. Dit voertuig heeft het kenteken [kenteken 5] . Nu de getuige heeft verklaard dat ‘ [naam 28] ’ ook de eigenaar zou zijn van de Mercedes E 63 AMG, stelt het hof vast dat de Mercedes E 63 AMG de [kenteken 5] betreft.
Het dossier bevat daarnaast ook bevindingen ten aanzien van een Mercedes S63 AMG. Het hof heeft ten aanzien daarvan acht geslagen op de volgende feiten en omstandigheden.
Mercedes S63 AMG
In het onderzoek 26Wallis zijn telefoongesprekken van [betrokkene 18] afgeluisterd en opgenomen. Daaruit is gebleken dat [betrokkene 18] op 14 april 2016 belt met een onbekende man met de voornaam ‘ [naam 30] ’, met telefoonnummer [telefoonnummer 2] . In het gesprek zegt [betrokkene 18] dat ‘ [naam 30] ’ gebeld gaat worden door [bijnaam 2] en gaat vragen over de auto die ze in bestelling hebben.
In het onderzoek 26Ontario is informatie opgevraagd bij Mercedes Nederland B.V. Daaruit blijkt dat door [naam 31] bij het autobedrijf [bedrijf 11] een Mercedes type AMG S63 4MATIC Cabriolet met chassisnummer [nummer 8] is besteld. De auto wordt in augustus/september 2016 afgeleverd bij autobedrijf [bedrijf 11] en is bestemd voor [betrokkene 18] . De prijs van de auto is € 255.353,56.
Blijkens een CIOT bevraging staat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] op naam van [naam 31] , [adres 10] te Alkmaar. Op dat adres zit een Mercedes-Benz dealer gevestigd, genaamd [bedrijf 11] Noord-Holland B.V. [naam 31] staat op de internetsite vermeld als verkoper.
Ook in het onderzoek 13Orinus zijn telefoongesprekken van [betrokkene 18] afgeluisterd en opgenomen. Daaruit is gebleken dat [betrokkene 18] op 28 september 2016 telefonisch contact heeft gehad met [naam 31] , waarin [betrokkene 18] onder meer om 14:25 uur vraagt hoe het met zijn Mercedes is en zegt dat ‘er zo effe iemand komt kijken’. Om 16:36 uur belt [naam 30] naar [betrokkene 18] en zegt dat ‘die mannen weg zijn’ en dat hij de auto heeft laten zien.
Op 6 september 2016 is een technische actie gestart in de Mercedes-Benz AMG S63 met chassisnummer [nummer 8] . Uit een OVC-gesprek op 28 september 2016 is gebleken dat er een gesprek plaats vindt tussen [naam 31] en een NN-man met een Marokkaans accent. Het gesprek begint op 16:17 uur en eindigt omstreeks 16:27 uur. In het gesprek wordt gesproken over de Mercedes-Benz, over wat er allemaal in en op het voertuig zit aan accessoires. De stem van de NN-man is herkend als de stem van [betrokkene 2] .
[naam 31] heeft op 27 september 2018 bij de rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat hij met [betrokkene 18] contact heeft gehad en dat hij een verkooporder heeft opgemaakt voor een Mercedes S63 AMG Cabrio.
Tussenconclusie
Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat er sterke aanwijzingen zijn dat de Mercedes S63 AMG met geld van de verdachte is gefinancierd en dat het voertuig in zijn opdracht wordt getuned. Aanknopingspunten dat deze auto met legaal geld is gefinancierd, bevat het dossier niet.
Samenvattend concludeert het hof dat de voertuigen met kentekens [kenteken 4] , [kenteken 5] , [kenteken 6] , [kenteken 7] , [kenteken 8] , [kenteken 9] , [kenteken 1] , [kenteken 2] en [kenteken 10] alsmede een Mercedes S63 AMG toebehoren aan de verdachte en zijn groep en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze zijn gekocht met legaal geld. De inhoud van de bewijsmiddelen wijst er op dat deze voertuigen zijn aangeschaft met geld dat van misdrijf afkomstig is.
Woning [adres 11] te Marbella
Op 5 juli 2016 is onder [betrokkene 4] een iPhone 6 (goednummer 5219395) in beslag genomen. De iPhone bevat tientallen foto’s van een luxueus huis waaraan nog verbouwingswerkzaamheden plaatsvinden. De foto’s zijn gemaakt in april en mei 2016.
Ook op een andere inbeslaggenomen iPhone (goednummer 5219397) van [betrokkene 4] staat een grote hoeveelheid foto’s van een luxueus huis waaraan kennelijk in de maanden februari, maart, april en mei 2016 is verbouwd. Uit de chats die op de beide iPhones stonden blijkt dat de werkzaamheden plaatsvonden onder leiding van [betrokkene 4] . Uit onderzoek blijkt dat het huis is gelegen op het complex [adres 11] te Marbella (Malaga).
Tijdens de aanhouding van de verdachte in Chili werd in de auto waarin de verdachte zich bevond, een iPad aangetroffen (goednummer 5516090). In het tabblad ‘Pictures’ bevond zich ook een aantal van foto’s van een luxueuze woning. Uit vergelijking van de foto’s van de iPad en die op de iPhones die onder [betrokkene 4] in beslag zijn genomen blijkt dat het dezelfde woning betreft.
Op 6 augustus 2016 is de woning [adres 11] 19 in Marbella door de Spaanse politie doorzocht. In de woning was op dat moment [betrokkene 26] aanwezig. In de woning werden documenten van de verdachte aangetroffen, waaronder fotokopieën van zijn paspoort, vliegtickets op zijn naam en een instapkaart op naam van verdachte.
De verdachte en [betrokkene 26] hebben met respectievelijk de PGP-adressen # [accountnaam 1] en [accountnaam 39]een gesprek op 9 november 2015. Daarin vraagt [betrokkene 26] aan de verdachte of alles oké is met die man van het huis, waarna de verdachte zegt dat alles oké is, dat hij hem het geld al heeft gegeven en dat alles rond is. Eerder die dag heeft [betrokkene 26] bericht: “
Ok ja hij moet ook een beetje aan jou denken vriend… Wij zijn ook goed voor hem geweest… Huis verbouwd altijd netjes de huur…. Zonder die verbouwing zou die het nooit verkopen…”. En de verdachte die zegt: “
Precies..790.. en ik betaal nog 210 voor andere dingen.. totaal een mil..”.
De vorige eigenaar van de woning – [betrokkene 27] – heeft bij de politie in Spanje verklaard dat de verdachte in augustus of september 2015 heeft verteld dat hij de woning wilde kopen. Dat heeft hij tegen [betrokkene 27] gezegd nadat hij de huur van de woning van [betrokkene 26] had overgenomen en de woning was gaan verbouwen. Ze kwamen een verkoopprijs overeen van € 780.000,00. In november 2015 is de verkoopovereenkomst gesloten. In maart 2016 heeft de verdachte tegen [betrokkene 27] gezegd dat een bedrijf in Dubai contact met hem zou opnemen. De verdachte zou samen met dat bedrijf de woning kopen. Bij een afspraak om dat in orde te maken nam de verdachte een man genaamd [naam 32] en een advocaat mee. De verdachte vertelde aan [betrokkene 27] dat [naam 32] de woning zou kopen namens een bedrijf in Dubai. Vervolgens is de verkoopakte door [naam 32] getekend en in juli en september 2017 werden twee bedragen van in totaal ongeveer € 660.000,00 door een bedrijf genaamd [bedrijf 12] overgemaakt. In de koopakte wordt [naam 32] vermeld als de koper en is niet vermeld dat hij optreedt in naam van [bedrijf 12] .Het hof stelt vast dat op de koopakte van 20 oktober 2017als koper staat vermeld: [betrokkene 28] .
Getuige [betrokkene 26] heeft bij de rechter-commissaris op 7 november 2019 verklaard dat het klopt dat de verdachte de woning wilde kopen.
Getuige [getuige 3] heeft in 2018 bij de politie in Spanje verklaard dat hij werkt als onderhoudsman in de Urbanisatie [adres 11] te Marbella (Spanje), dat de woning eerst aan [betrokkene 26] werd verhuurd en nadien ‘ [naam 28] ’ tegen hem heeft gezegd dat hij de woning huurde zonder contract en de woning wilde kopen. De getuige heeft voorts verklaard dat ‘ [naam 28] ’ de woning heeft gekocht voor ongeveer € 800.000,00. [betrokkene 28] heeft hij nog nooit bij de woning gezien. Met ‘ [naam 28] ’ bedoelt hij de verdachte.Bij de rechter-commissaris heeft de getuige op 26 mei 2020 verklaard dat hij had gehoord dat ‘ [naam 28] ’ het appartement had gekocht en dat het appartement op naam van iemand anders is gezet, namelijk op naam van [naam 32] .
Getuige [betrokkene 28] heeft op 22 september 2020 bij de rechter-commissaris verklaard dat hij de woning heeft gekocht.
Tussenconclusie
Op grond van het voorgaande kan naar het oordeel van het hof met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de woning aan de [adres 11] te Marbella (Spanje) op 20 oktober 2017 ten behoeve van de verdachte is aangeschaft. Het aanvankelijk in november 2015 afgesproken verkoopbedrag van € 780.000,00 komt nagenoeg overeen met het bedrag van ‘790’ dat in het gesprek tussen de verdachte en [betrokkene 26] op 9 november 2015 wordt genoemd. Dat de verdachte de woning heeft gekocht wordt bovendien bevestigd door de voormalige eigenaar [betrokkene 27] . De verklaring van [getuige 3] , de onderhoudsman, biedt daar ook ondersteuning voor. Dat dit een verklaring ‘van horen zeggen’ is doet daaraan niet af. Weliswaar kan in juridische zin niet worden vastgesteld dat de verdachte eigenaar van de woning is geworden, maar er is voldoende bewijs waaruit volgt dat de woning feitelijk aan de verdachte toebehoorde. De verklaring van de verdachte dat hij geen eigenaar van de woning is, dat hij slechts als tussenpersoon handelde en alleen twee maal bij verbouwingen betrokken was, schuift het hof als onaannemelijk terzijde.
Van de verdachte is geen legaal inkomen bekend dat het eigendom van deze zeer luxe en dure woning kan verklaren. Uit het bewijs wordt duidelijk dat wordt verhuld dat de woning van de verdachte is, wat een aanwijzing is dat de verdachte ten aanzien van deze woning – net als bovenvermelde woning aan de [adres 1] in Amsterdam en de opslagbox bij All Safe – buiten beeld probeert te blijven.
Luxe goederen: exclusieve horloges
In een kluis in een kleine ruimte die via de garage van de woning aan de [adres 11] in Marbella kon worden betreden zijn tijdens een doorzoeking op 24 juli 2018 drie Audemars Piquet horloges en een horloge van het merk Franck Muller aangetroffen.
Het dossier bevat foto’s waarop is te zien dat de verdachte ogenschijnlijk zeer dure horloges draagt, zoals Audemars Piquet.
De verdachte heeft verklaard ter terechtzitting van 9 maart 2021 en ter zitting van het hof van 26 februari 2026 dat het klopt dat hij dure horloges heeft gekocht.
Tussenconclusie
Het hof heeft al hiervoor overwogen dat met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de woning aan de [adres 11] in Marbella (Spanje) feitelijk aan de verdachte toebehoorde. Het hof is gelet daarop van oordeel dat ook met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de in de woning aangetroffen Audemars Piquet horloges en het horloge van het merk Franck Muller, van de verdachte waren. Het hof vindt daarvoor steun bij diverse foto’s in het dossier, waarop hij is te zien met dure horloges om zijn pols, waaronder van het merk Audemars Piquet. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat hij exclusieve horloges heeft gekocht. Uit het beschikbare bewijs volgt dan ook dat de horloges van de verdachte zijn, anders dan de verdachte heeft verklaard. Voor zover de verdachte heeft verklaard dat hij in exclusieve horloges handelde, overweegt het hof dat hij dat niet heeft verklaard ten aanzien van de horloges die in de woning in Marbella zijn aangetroffen. Ten aanzien van die horloges heeft verdachte immers slechts verklaard dat bij de persoon die in de woning verbleef ten tijde van de doorzoeking naar deze horloges gevraagd had moeten worden. Het verweer dat de verdachte in horloges handelde, behoeft dan ook ten aanzien van deze horloges geen verdere bespreking.
Verklaring verdachte
De verdachte heeft verklaard dat hij in Colombia en Dubai bedrijven had. Het hof heeft ten aanzien daarvan reeds overwogen dat de verdachte op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd wat zijn inkomsten uit deze bedrijven zijn geweest zodat hij niet concreet en verifieerbaar heeft verklaard dat hij uit deze bedrijven méér inkomsten heeft gegenereerd dan al is vastgesteld.
De verdachte heeft voorts verklaard dat hij werkzaamheden verrichtte als ‘underground banker’. Dat zou volgens hem de in de kasboeken vermelde inkomsten en uitgaven verklaren alsmede mogelijk de in de woning van [betrokkene 4] aangetroffen € 1.462.440,00 en het contante geldbedrag van € 46.190,65 dat hij bij zich had tijdens zijn aanhouding in Chili. De kasboeken waren immers de boekhouding van zijn werkzaamheden als underground banker en [betrokkene 4] , [betrokkene 12] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] werkten voor hem. Hij heeft verder echter ten aanzien van underground banking niet méér verklaard dan feiten van algemene bekendheid, waarbij hij ter zitting enerzijds een beeld heeft geschetst als ware hij makelaar voor mensen die contante gelden wilden vervoeren en zich niet bezig hield met daadwerkelijk vervoer van contanten en anderzijds vertelde dat wel cash geld werd vervoerd en bewaard bij [bedrijf 13] in Oostzaan. Verder heeft de verdachte geen stukken overgelegd die zijn verklaring zouden kunnen onderbouwen, terwijl hij naar eigen zeggen weldegelijk een eigen boekhouding bijhield. Ook heeft hij zijn klantentelefoon niet willen overhandigen. Het hof overweegt daarnaast dat de verdachte heeft verklaard dat hij over geldbedragen commissie ontving, maar dat is niet terug te zien in de kasboeken die bij [betrokkene 4] en [betrokkene 12] zijn aangetroffen. Het hof overweegt voorts dat de handelingen die de verdachte beschrijft en die in het dossier naar voren komen, ook passen bij iemand die zelf grote sommen contant geld naar een ander land wil (laten) brengen.
Ten aanzien van de exclusieve voertuigen heeft de verdachte verklaard dat hij die auto’s verhuurde aan anderen en als tussenpersoon fungeerde. De voertuigen zouden dus niet van hem zijn. Hij heeft uitgelegd dat hij de voertuigen samen met anderen bij [betrokkene 18] ophaalde en deze vervolgens naar het buitenland, in het bijzonder naar Marbella reed om daar aan klanten te verhuren. Hij heeft verklaard dat hij commissie zou krijgen voor de verhuur aan klanten. De verdachte heeft verder geen administratie overgelegd, zoals betalingsbewijzen of huurcontracten, die zijn verklaring zouden kunnen onderbouwen.
De verdachte heeft over de horloges verklaard dat hij een handeltje had in luxe horloges. Hij mocht bij een bepaalde juwelier in Zuid-Amerika soms als eerste gelimiteerde horloges opkopen. Hij kreeg daarbij een BTW-voordeel, omdat hij de horloges in het buitenland inkocht. Ook kreeg hij korting en had hij voordeel vanwege de wisselkoers. Als voorbeeld noemde hij ter zitting bij het hof dat hij een horloge van € 300.000,00 voor € 200.000,00 kon inkopen. De verdachte heeft echter op geen enkele wijze concreet en verifieerbaar onderbouwd dat hij in horloges handelde en er daarvan een inkomende geldstroom was. Zo heeft hij niet willen verklaren wie zijn klanten waren, wat de omvang van zijn handel was en hoe lang hij die handel al had. Ook heeft hij geen administratie van zijn handel willen overleggen, terwijl hij die volgens eigen zeggen wel bijhield. Ook in het dossier zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de verdachte in horloges handelde. Zo blijkt nergens dat hij met inkopers of klanten communiceerde over horloges. Wel zijn er veel aanwijzingen dat de verdachte horloges voor eigen gebruik heeft gekocht. Zo staat verdachte op veel foto’s afgebeeld met horloges van dure merken om zijn pols. Ook de in de woning aan de [adres 11] in Marbella gevonden losse horloges duiden op eigen gebruik. De verklaring van de verdachte is dan ook onvoldoende concreet en verifieerbaar.
De verklaring van de verdachte dat hij ook handelde in PGP-telefoons en daarmee inkomsten genereerde, is evenmin geconcretiseerd of onderbouwd met stukken. Voor zover het dossier PGP-gesprekken van de verdachte met [getuige 1] bevat waarin zij mailen over telefoons, is niet aannemelijk dat zij het daadwerkelijk over telefoons hebben. Het hof maakt uit de context van het gesprek en uit de verklaring die de getuige [getuige 1] hierover heeft afgelegd op dat het hier over cocaïne gaat (zie hiervoor op p. 16 van dit arrest)
.Andere OVC-gesprekken waarin over PGP-telefoons en toegangscodes wordt gesproken kunnen evenmin voldoende steun bieden voor verdachtes genoemde handel in telefoons. Uit het dossier blijkt immers dat de verdachte en personen die voor hem werkten met PGP-telefoons communiceerden.
Het hof concludeert dat de verdachte op geen enkele wijze een concreet en verifieerbare verklaring heeft afgelegd die het voorhanden hebben en het verwerven van deze grote geldbedragen en luxe goederen kan verklaren.
Conclusie over herkomst
Zoals hiervoor is overwogen, bevatten de dossierstukken geen aanwijzingen dat de geldbedragen, de voertuigen, de woning in Marbella en de horloges een legale herkomst hebben. De verklaringen die de verdachte hierover heeft afgelegd, zijn niet concreet en verifieerbaar en ook niet aannemelijk geworden. Verder is van belang dat de organisatie waaraan de verdachte leiding gaf, zich ook bezig hield met de handel in cocaïne. Voor de hand ligt dan ook dat deze geldbedragen afkomstig zijn uit (andere) activiteiten van deze criminele organisatie.
Onder al deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de contante geldbedragen van € 46.190,64 en € 1.462.440,00 en de blijkens de kasboeken uitgegeven € 10.132.703,00 – middellijk of onmiddellijk – van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dat wist. Dit geldt ook voor de tien exclusieve voertuigen, de woning in Marbella en de aldaar aangetroffen vier horloges. Het hof gaat ervan uit dat deze– middellijk – van misdrijf afkomstig te zijn doordat deze zijn gekocht met geld dat van misdrijf afkomstig is. De bekende legale inkomsten van de verdachte waren volstrekt onvoldoende om de uitgave en het bezit van enorme contante geldbedragen en de dure aankopen te kunnen verklaren.
Medeplegen van gewoontewitwassen (feit 2)
Het blijkens de kasboeken totaal uitgegeven geldbedrag van € 10.132.703,00 heeft de verdachte – samen met de personen die voor hem werkten – voorhanden gehad, overgedragen, vervoerd en omgezet.
Het bij [betrokkene 4] aangetroffen geldbedrag van € 1.462.440,00 heeft de verdachte samen met in ieder geval [betrokkene 4] voorhanden gehad. Nu het geldbedrag zat verstopt in een Louis Vuitton doos, is ook de vindplaats verborgen.
Het contante geldbedrag van € 46.190,64 heeft de verdachte tijdens zijn aanhouding in Chili voorhanden gehad alsmede de in de woning in Marbelle aangetroffen horloges.
Van de woning in Marbella en de voertuigen zijn de werkelijke aard en de herkomst verhuld en daarnaast is verhuld wie de rechthebbende is.
Ten aanzien van alle contante geldbedragen, voertuigen, de woning in Marbella en horloges is er sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de personen die – ook volgens zijn eigen verklaring voor hem werkten, te weten [betrokkene 4] , [betrokkene 12] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] .
Dat zij nauw samenwerkten, wordt bevestigd door het bijhouden van de kasboeken die bij [betrokkene 4] en [betrokkene 12] zijn aangetroffen, het aantreffen van een grote kassom, gedeeltelijk verstopt bij [betrokkene 4] , werkzaamheden die deze personen voor de verdachte uitvoerden en het rijden in voertuigen die aan de verdachte te koppelen zijn. Van legale werkzaamheden is niet gebleken. Bij de verdachte zelf zijn ook onverklaarbare contanten aangetroffen. De verdachte en zijn medewerkers onderhielden contact via PGP-telefoons en zijn medewerkers droegen eraan bij dat verhullingshandelingen plaatsvonden.
Ook is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met [betrokkene 18] en [betrokkene 19] , nu de voertuigen via [betrokkene 18] werden betaald en vervolgens op naam van het bedrijf van [betrokkene 19] werden gezet. Daarmee waren zij een cruciale schakel in de witwasconstructie ten aanzien van de voertuigen.
Concluderend heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van witwassen. Omdat de witwashandelingen over een langere periode hebben geplaats gevonden, is er sprake van gewoontewitwassen.
Geen kwalificatie-uitsluitingsgrond
Ten aanzien van de bedragen in de boekhouding en de bij [betrokkene 4] en bij de verdachte aangetroffen geldbedragen, overweegt het hof dat voor de hand ligt dat dit de opbrengsten zijn van de door de organisatie van de verdachte uitgevoerde drugshandel. De raadsman van de verdachte stelt dat er in dat geval sprake is van witwassen uit eigen misdrijf, en heeft aangevoerd dat voor zover aan de verdachte witwassen zonder verhulling uit eigen misdrijf ten laste is gelegd, voor handelingen die hebben plaatsgevonden vóór 2017 de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is, en hij daarom moet worden ontslagen van rechtsvervolging. Voor zover deze witwashandelingen na 1 januari 2017 zouden zijn verricht, moet de verdachte volgens de verdediging op grond van de tekst van de wet ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging.
De term ‘(gewoonte)witwassen’ is opgenomen in de tekst van de tenlastelegging. Om die reden heeft het verweer van de verdediging betrekking op de vraag of de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal het verweer in dit hoofdstuk worden besproken.
Het hof verwerpt dit verweer, en overweegt daartoe het volgende.
Een gedraging kan niet als witwassen worden gekwalificeerd als het gaat om het enkele verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. De bedoeling van deze jurisprudentie is om te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan, en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen. Deze rechtsregels hebben alleen betrekking op het geval dat de verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aannemelijk is dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Deze rechtsregels gelden niet wanneer het gaat om voorwerpen die niet onmiddellijk, maar middellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf of die afkomstig zijn uit een misdrijf dat een ander dan de verdachte heeft begaan. Bij de beoordeling of voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een misdrijf dat de verdachte zelf heeft begaan, is onder meer van belang of:
a. naast het tenlastegelegde witwassen sprake is van een ten laste van de verdachte uitgesproken bewezenverklaring ter zake van het begaan van een ander misdrijf met betrekking tot hetzelfde voorwerp, door middel van welk misdrijf de verdachte dat voorwerp kennelijk heeft verworven of voorhanden heeft (bijvoorbeeld de buit van een door de verdachte zelf begaan vermogensmisdrijf), dan wel
rechtstreeks uit de bewijsvoering voortvloeit dat sprake is van — kort gezegd — het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, dan wel
de juistheid in het midden is gelaten van hetgeen door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd met betrekking tot dit verwerven of voorhanden hebben door eigen misdrijf.
De bedoeling van de kwalificatie-uitsluitingsgrond is om te voorkomen dat een dader automatisch dubbel strafbaar is als hij door een misdrijf onmiddellijk in het bezit komt van geld of goederen. Die situatie doet zich voor als het verwerven en voorhanden hebben van het voorwerp het vanzelfsprekende gevolg is van het begane misdrijf. De deelneming aan een criminele (drugs)organisatie leidt er op zich zelf niet zonder meer toe dat de deelnemer de opbrengst voorhanden krijgt van de misdrijven die de organisatie pleegt. De opbrengst van de delicten waarop het oogmerk van de organisatie is gericht (in dit geval de handel in verdovende middelen en witwassen) door een of meer van de deelnemers aan de organisatie moet worden onderscheiden van de eventuele opbrengst van de deelneming zelf. De verdachte wordt in deze strafzaak niet veroordeeld voor de misdrijven (van de organisatie) die geld zullen hebben opgebracht, zoals het (medeplegen) van de invoer of verkoop van cocaïne. Het aanwezig hebben van voorwerpen die een criminele herkomst hebben, kan niet als een handeling worden beschouwd die in de deelname aan een criminele organisatie automatisch besloten ligt en vloeit daaruit ook niet noodzakelijkerwijs voort.
Verder is van belang dat deze kwalificatie-uitsluitingsgrond alleen van toepassing is als het alleen gaat om verwerven of voorhanden hebben. De geldbedragen die in de kasboeken zijn genoemd, zijn niet alleen verworven en voorhanden gehad, maar ook weer uitgegeven. De kwalificatie-uitsluitingsgrond is daarom niet van toepassing op deze geldbedragen. Als het gaat om het geldbedrag dat bij [betrokkene 4] thuis is aangetroffen en het geldbedrag dat de verdachte in Chili bij zijn aanhouding bij zich had, is niet gebleken dat dit geld onmiddellijk afkomstig is uit één van de bewezen verklaarde feiten. Dat volgt ook niet uit de bewijsvoering. Ook verdachte heeft daarover niet verklaard. Uit het voorgaande volgt dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing is. Het hof verwerpt daarom dit verweer.
Oogmerk witwassen (feit 1)
Hiervoor is geoordeeld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van gewoontewitwassen.
Op grond van de feiten en omstandigheden waarop dat oordeel is gebaseerd, is het hof – anders dan de verdediging – van oordeel dat ook kan worden bewezen dat de verdachte leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie met het oogmerk gewoontewitwassen.
De verdachte was de spil in deze organisatie. Hij was de leider en [betrokkene 4] was zijn coördinator. [betrokkene 3] verving de verdachte als dat nodig was. Aan hen gaf hij opdrachten door, waarna [betrokkene 4] en [betrokkene 3] deze naar de uitvoerders zoals [betrokkene 2] en [betrokkene 12] doorzetten. Er was sprake van een duidelijke hiërarchie.
Er was ook een hoge mate van georganiseerdheid. De verdachte en zijn vermogen moesten buiten beeld blijven en daarvoor waren geraffineerde afschermconstructies opgetuigd. In kasboeken werden de inkomsten en uitgaven van zeer grote geldbedragen bijgehouden. [betrokkene 4] moest daarover verantwoording afleggen aan de verdachte. Uit de kasboeken en notities blijkt ook het duurzame karakter van de organisatie, nu daarin inkomsten en uitgaven staan genoteerd over de jaren 2015 en 2016. Maar ook in 2014 was de organisatie al actief. Op 4 augustus 2014 is namelijk de energierekening van de [adres 1] , de woning die feitelijk aan de verdachte toebehoorde, betaald vanaf de bankrekening van [betrokkene 12] . Er was dan ook sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Door bewust afschermconstructies op te zetten om buiten beeld van politie en justitie te blijven en van geld te leven dat van misdrijf afkomstig is, heeft de verdachte opzet gehad op zowel het oogmerk gewoontewitwassen als op zijn leiderschap.