Uitspraak
mr. V.R. Vroomen
mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. W.M. Smelt, mr. S.V. Stephensonen
mr. J. van Hemel, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. R.M. Leeuwenburgh,kantoorhoudende te Rotterdam.
- verzoekster als ADS;
- verweerster als Sequa.
1.Het verloop van het geding
2.De gronden van de beslissing
ICTS). De Ondernemingskamer acht dat in dit geval bezwaarlijk. Een beperkt gedeelte van de aandelen Sequa wordt verhandeld aan de Euronext Access te Parijs; het aandeel is niet liquide. Aandeelhouders zijn wel via de gebruikelijke kanalen door Sequa op de hoogte gesteld van het verloop van de enquêteprocedure. Een aanzienlijk gedeelte van de aandeelhouders van Sequa bevindt zich niet in de Nederlandse rechtssfeer. Nu de Ondernemingskamer nog geen oordeel heeft geveld omtrent mogelijk wanbeleid en dit pas aan de orde zal komen in een (mogelijk) tweedefase enquêteverzoek zal het voor hen lastig zijn te beoordelen welke betekenis moet worden toegekend aan het verslag en de daarin door de onderzoeker getrokken conclusies. Tegen deze achtergrond ziet de Ondernemingskamer, gelet op de inhoud van het verslag en de overigens in deze zaak betrokken belangen, geen aanleiding om af te wijken van het geldende uitgangspunt en op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor een ieder.