De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het uitvoeren van ruim 24 kilogram hennep in twee koffers ingecheckt op Schiphol. In hoger beroep stelde de verdediging dat verdachte onwetend was over de inhoud, omdat zij op verzoek van een vermeende oom cadeaus zou meenemen naar Suriname.
Het hof achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van verifieerbare gegevens over deze oom, het ontbreken van contact en concrete details, en de inhoud van de koffers die niet overeenkwam met een normaal verblijf. Het hof concludeerde dat verdachte bekend was met de inhoud en verantwoordelijk was voor de uitvoer van hennep.
De strafoplegging werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het hof een gevangenisstraf van 12 maanden oplegde, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof benadrukte de ernst van de drugshandel en de noodzaak van vergelding en preventie, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.