Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 4],
[geïntimeerde 5],
[geïntimeerde 6],
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
[geïntimeerde 10],
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
[geïntimeerde 11],
[geïntimeerde 12],
[geïntimeerde 13],
[geïntimeerde 14],
[geïntimeerde 15] ,
[geïntimeerde 16],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Eerste Aanleg
4.Beoordeling
7 maart 2025 zelf – terecht – telkens als partijdeskundigen aanduiden, gaat het ook om deskundigen die door [appellanten] worden aangedragen. De aanduiding ‘partijdeskundigen’ verduidelijkt slechts het verschil met door de rechtbank of het hof benoemde gerechtelijk deskundigen. De term ‘partijdeskundigen’ zegt niets over partijdigheid of onafhankelijkheid. Van iedere deskundige mag immers worden verwacht dat hij/zij zijn/haar taak onpartijdig en onafhankelijk vervult. Het bezwaar van [appellanten] tegen deze aanduiding door de rechtbank is dan ook onterecht en leidt niet tot een ander oordeel over de ontvankelijkheid van [appellanten] in hun hoger beroep.
€ 1.290,- (tarief II)).