ECLI:NL:GHAMS:2026:951
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 mei 2025. Tijdens de terechtzitting op 27 maart 2026 heeft de raadsman van de verdachte namens hem aangegeven het hoger beroep niet meer te willen handhaven.
De advocaat-generaal heeft daarop gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte daarmee zijn eerder opgegeven bezwaren intrekt en dat er geen rechtens te respecteren belang is dat een nader onderzoek rechtvaardigt.
Op basis hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 maart 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.