Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:953

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
23-002283-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor weigering bloedonderzoek en rijden zonder rijbewijs

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek en het rijden zonder geldig rijbewijs. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het vonnis van de politierechter grotendeels bevestigd, maar de strafoplegging aangepast.

De feiten betreffen het negeren van een bevel tot bloedonderzoek, wat een gevaar voor de verkeersveiligheid opleverde, en het rijden zonder geldig rijbewijs. De verdachte was eerder onherroepelijk veroordeeld voor rijden zonder rijbewijs, wat als recidive werd meegewogen.

Het hof legde een taakstraf van 40 uur op, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 14 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en een voorwaardelijke hechtenis van 1 week met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke hechtenis omgezet in een taakstraf van 14 uur. De strafoplegging is gematigd vanwege de ouderdom van de feiten.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zitting houdende te Amsterdam, op 10 april 2026.

Uitkomst: Het hof bevestigt de bewezenverklaring en legt taakstraffen, voorwaardelijke hechtenis en ontzegging rijbevoegdheid op met proeftijd.

Uitspraak

Zittingsplaats Amsterdam
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002283-24
datum uitspraak: 10 april 2026
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zitting houdende te Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 17 januari 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 96-169378-22 en 96-190504-19 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat de bewijsmiddelen worden uitgewerkt zodra cassatie wordt ingesteld.

Oplegging van straffen en maatregel

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde feit 1 veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 14 maanden, met een proeftijd van twee jaren en voor feit 2 hechtenis voor de duur van twee weken waarvan 1 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen en maatregelen als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een bloedonderzoek, hoewel hij daartoe verplicht was. Door het weigeren mee te werken aan het bloedonderzoek heeft de verdachte een door het bevoegd gezag ten behoeve van de verkeersveiligheid gedaan bevel genegeerd. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het rijden in een personenauto zonder een daarvoor benodigd geldig rijbewijs. Door aldus te handelen heeft de verdachte de regels die gelden in het verkeer niet in acht genomen en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 maart 2026 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld wegens het rijden zonder rijbewijs. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.
Het hof houdt rekening met het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het hof acht in beginsel de door de politierechter opgelegde straf passend, maar gelet op de ouderdom van de feiten zal het hof ten aanzien van feit 2 volstaan met een hechtenis van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107, 163, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van het kantongerecht Utrecht van 16 september 2020 opgelegde voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen op de manier zoals de politierechter dat heeft gedaan.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof zal in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf van hierna te melden duur gelasten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-169378-22 onder 1 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
14 (veertien) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot
hechtenisvoor de duur van
1 (één) week.
Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van het kantongerecht Utrecht van 16 september 2020 met parketnummer 96-190504-19, voorwaardelijk opgelegde hechtenis voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren, een
taakstrafvoor de duur van
14 (veertien) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zitting houdende te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema, en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 april 2026.
Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]