ECLI:NL:GHAMS:2026:984
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bevestigd
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een 17-jarige minderjarige, waarbij de moeder in hoger beroep ging tegen de beslissing van de kinderrechter. De moeder betwistte de noodzaak van verlenging en stelde dat de situatie thuis verbeterd was, met een positieve relatie en contact tussen haar en de minderjarige.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden echter voortzetting van de maatregelen vanwege aanhoudende zorgen over veiligheid, eerdere incidenten van huiselijk geweld, en onvoldoende voortgang in hulpverlening. De minderjarige verbleef sinds mei 2025 in een jeugdhulpvoorziening, met wisselende verblijfsregelingen bij de moeder.
Het hof oordeelde dat de verlenging op goede gronden was gebaseerd, gezien de risico's op escalatie bij volledige terugplaatsing en het moeizame contact tussen moeder en GI. De hulpverlening was nog niet voldoende opgestart en zichtbaar effectief. De omgangsregeling werd niet vastgesteld omdat de moeder haar beroep had ingetrokken. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 11 juli 2026 en verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep over de omgangsregeling.