Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:988

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
23-002674-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 9.2.2.1 Wet milieubeheerArt. 1.2.2 Vuurwerkbesluit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor illegale opslag van professioneel vuurwerk in woonomgeving

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in zijn woning te Zaandijk op 20 februari 2024, zonder te voldoen aan de wettelijke eisen. Het vuurwerk, met een totaalgewicht van 38,5 kilogram, werd aangetroffen op de zolderkamer van zijn zoon, maar het hof acht bewezen dat de verdachte hierover beschikte en het opzettelijk had opgeslagen.

De verdachte voerde aan dat slechts een deel van het vuurwerk van hem was en dat hij niet op de hoogte was van het zware vuurwerk op de kamer van zijn zoon, maar dit verweer werd door het hof verworpen. De verdachte toonde weinig inzicht in het gevaar van zijn handelen en suggereerde zelfs dat het opslaan op verschillende plekken het risico zou verkleinen, wat het hof als normloos beschouwde.

Het hof oordeelde dat de verdachte strafbaar is wegens overtreding van artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en legde een gevangenisstraf op van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid vuurwerk en het gebrek aan zelfinzicht was een taakstraf of geldboete niet passend. De verdachte had geen onderbouwing voor zijn stelling dat hij een gevangenisstraf geestelijk niet aankon.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, wegens het opslaan van professioneel vuurwerk zonder wettelijke certificering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002674-24
datum uitspraak: 14 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 november 2024 in de strafzaak onder parketnummer 81-181174-24 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 20 februari 2024 te Zaandijk, gelegen in de gemeente Zaanstad, althans in Nederland,
al dan niet opzettelijk,
  • 1 Shell (Chiarappa, p. 42 PDF dossier), en/of
  • 2 stuks, althans één of meer stuks, knalvuurwerk (Super Cobra 6 2022 Engels, p. 49 PDF dossier), en/of
  • 10 stuks, althans één of meer stuks, knalvuurwerk (Cobra Trate 2#, p. 52 PDF dossier), en/of
  • 20 stuks, althans één of meer stuks, knalvuurwerk (FP3 NEW EDITION, p. 55 PDF dossier), en/of
  • 60 stuks, althans één of meer stuks, knalvuurwerk (Cracker Fp3, p. 57 PDF dossier), en/of
  • 60 stuks, althans één of meer stuks, knalvuurwerk (Mini nitraat JC05, p. 59 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 0,8 kilogram knalvuurwerk (Pirat K0203K, p. 61 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 0,25 kilogram vuurpijlen (RAKETAK 8103A, p. 64 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 0,15 kilogram vuurpijlen (Raketa 8101 D-Vozembouch, p. 67 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 0,3 kilogram vuurpijlen (GRACIE, p. 69 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 0,5 kilogram Romeinse kaars (Rimanka 20 shots, p. 71 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 1,25 kilogram Romeinse kaars (Rimska Svice 20 ran, p. 73 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 1,35 kilogram Romeinse kaars (Romeinse kaars, 3 kleureffecten, 8 shots R6008E, p. 75 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 6,35 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (RED SONIA 984, p. 78 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 3,75 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (Judy 944, p. 81 PDF dossier), en/of
  • (ongeveer) 6,05 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (PREDATOR 8060R-L, p. 83 PDF dossier),
in elk geval professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik,
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de economische politierechter.

Bewijsoverweging

Standpunt van partijen
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.
De verdachte heeft naar voren gebracht dat hij, nadat de politie zijn woning had doorzocht en het vuurwerk had ontdekt, direct heeft gezegd dat het zijn vuurwerk was en dat zijn zoon daar niets mee te maken had. In werkelijkheid, zo verklaarde de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, was (slechts) een deel van het aangetroffen vuurwerk van hem en is het andere deel – te weten: het ‘zware vuurwerk’, waaronder de Cobra’s –
nietvan hem. Een deel van het aangetroffen vuurwerk lag op de (zolder)kamer van een van zijn zonen en daarvan was de verdachte niet op de hoogte. Het deel dat aan de verdachte toebehoorde, had hij op een eerder moment gekocht in een supermarkt in Tsjechië. Het ging hierbij, aldus de verdachte, om hetzelfde soort vuurwerk dat men in Nederland tijdens de jaarwisseling kan kopen.
Oordeel van het hof
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wordt het volgende vastgesteld.
Op 20 februari 2024 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de verdachte aan de [adres] in de gemeente Zaanstad. Op de zolderverdieping, de slaapkamer van [persoon] (de jongste zoon van de verdachte), lag vuurwerk met een totaalgewicht van 38,5 kilogram. Dit vuurwerk, dat in beslag is genomen, is onderzocht en hieruit is gebleken dat het steeds gaat om professioneel vuurwerk. Meer specifiek ging het om het volgende vuurwerk: 1 Shell (Chiarappa); 2 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 2022 Engels); 10 stuks knalvuurwerk (Cobra Trate 2#); 20 stuks knalvuurwerk (FP3 NEW EDITION); 60 stuks knalvuurwerk (Cracker Fp3); 60 stuks knalvuurwerk (Mini nitraat JC05); 0,8 kilogram knalvuurwerk (Pirat K0203K); 0,25 kilogram vuurpijlen (RAKETAK 8103A); 0,15 kilogram vuurpijlen (Raketa 8101 D-Vozembouch); 0,3 kilogram vuurpijlen (GRACIE); 0,5 kilogram Romeinse kaars (Rimanka 20 shots); 1,25 kilogram Romeinse kaars (Rimska Svice 20 ran); 1,35 kilogram Romeinse kaars (Romeinse kaars, 3 kleureffecten, 8 shots R6008E); 6,35 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (RED SONIA 984); 3,75 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (Judy 944); en
6,05 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (PREDATOR 8060R-L).
De verdachte heeft op 20 februari 2024 – de dag van de doorzoeking – telefonisch tegenover de politie verklaard dat het aangetroffen vuurwerk op zolder van hem is. Ruim een maand later, op 30 april 2024, heeft de verdachte tegenover de politie (opnieuw) verklaard dat hij eigenaar is van het aangetroffen vuurwerk. Hij heeft daarnaast ook verklaard dat hij dit vuurwerk heeft gekocht bij supermarkten in Tsjechië en Polen, dat hij het heeft opgeslagen in zijn woning en dat hij niet is geregistreerd bij Kiwa als beziger van professioneel vuurwerk. De verdachte verklaarde tijdens dat politieverhoor bovendien: “
Dat zware vuurwerk, onder andere de Shell, heb ik gekocht in een coffeeshop in Amsterdam”. Op
15 november 2024 heeft de verdachte tegenover de economische politierechter het volgende verklaard: “
Ze kwamen voor mijn zoon en vonden mijn vuurwerk, dat op zolder lag. Ik heb het vuurwerk gekocht met het oog op het groots vieren van het komende nieuwjaar, om de vijftigste verjaardag van mijn partner en mijzelf te vieren” en “Het extra zware vuurwerk had ik niet mogen kopen”. [persoon] heeft verklaard dat niet hijzelf maar zijn vader – de verdachte – eigenaar is van het op zijn (zolder)slaapkamer aangetroffen vuurwerk.
Het hof is op basis van het voorgaande van oordeel dat bewezen kan worden dat de verdachte het tenlastegelegde professionele vuurwerk opzettelijk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad. Uit zijn hiervoor aangehaalde eigen verklaringen én uit de verklaring van zijn zoon, [persoon] , volgt ondubbelzinnig dat de verdachte
wistdat het vuurwerk op de zolderverdieping van zijn woning lag opgeslagen en daarover kon beschikken. De ‘kale’ andersluidende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat het zware vuurwerk waaronder de Cobra’s niet van hem was en dat hij niet op de hoogte was dat dit zware vuurwerk op de (zolder)kamer van zijn zoon [persoon] lag, acht het hof tegen deze achtergrond niet aannemelijk geworden. Het verweer van de verdachte wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij, op 20 februari 2024 te Zaandijk, gelegen in de gemeente Zaanstad, opzettelijk,
  • 1 Shell (Chiarappa), en
  • 2 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 2022 Engels), en
  • 10 stuks knalvuurwerk (Cobra Trate 2#), en
  • 20 stuks knalvuurwerk (FP3 NEW EDITION), en
  • 60 stuks knalvuurwerk (Cracker Fp3), en
  • 60 stuks knalvuurwerk (Mini nitraat JC05), en
  • 0,8 kilogram knalvuurwerk (Pirat K0203K), en
  • 0,25 kilogram vuurpijlen (RAKETAK 8103A), en
  • 0,15 kilogram vuurpijlen (Raketa 8101 D-Vozembouch), en
  • 0,3 kilogram vuurpijlen (GRACIE), en
  • 0,5 kilogram Romeinse kaars (Rimanka 20 shots), en
  • 1,25 kilogram Romeinse kaars (Rimska Svice 20 ran), en
  • 1,35 kilogram Romeinse kaars (Romeinse kaars, 3 kleureffecten, 8 shots R6008E), en
  • 6,35 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (RED SONIA 984), en
  • 3,75 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (Judy 944), en
  • 6,05 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (PREDATOR 8060R-L),
zijnde professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De economische politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De verdachte heeft, zo begrijpt het hof, verzocht geen straf of maatregel op te leggen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat hij geestelijk niet in staat is een gevangenisstraf te ondergaan en dat hij, gelet op ondergane operaties, lichamelijk evenmin een taakstraf kan verrichten. De verdachte kan ook geen geldboete betalen: hij heeft geen inkomsten uit werk, ontvangt geen uitkering en heeft een schuld ter hoogte van € 100.000,00.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de
omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in zijn woning opgeslagen en
voorhanden gehad, terwijl hij niet heeft voldaan aan de wettelijke eisen die ter zake worden gesteld. Hij heeft hiermee – nota bene in een woonomgeving – een voor mensen en goederen zeer gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De overheid tracht door middel van milieu- en veiligheidsvoorschriften de kans op calamiteiten zoveel mogelijk te beperken. Professioneel vuurwerk mag niet in handen komen van personen die geen gecertificeerde gespecialiseerde kennis hebben van dat vuurwerk. De verdachte heeft die gecertificeerde kennis niet. Door aldus te handelen heeft de verdachte onverantwoorde risico’s genomen. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat hij ter terechtzitting in hoger beroep nauwelijks inzicht heeft getoond in het gevaarzettende karakter van zijn handelen. Sterker nog: hij deed de suggestie dat hij het vuurwerk op verschillende plekken in zijn huis had moeten bewaren (in plaats van veel vuurwerk op dezelfde plek) om – zo begrijpt het hof – het risico op ernstige gevolgen bij brand te verkleinen. Een dergelijke opmerking van de verdachte getuigt niet van enig normbesef en geeft het hof dan ook weinig vertrouwen dat de verdachte zich in het vervolg niet meer met (gevaarlijk) illegaal vuurwerk inlaat.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Het gevaarzettende karakter van het feit, de hoeveelheid vuurwerk en het gebrek aan zelfinzicht van de verdachte maken dat niet met een taakstraf en/of geldboete kan worden volstaan. De stelling van de verdachte dat hij een gevangenisstraf ‘geestelijk niet kan bolwerken’, maakt het vorenstaande niet anders, nu de verdachte deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting
hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. R.M. Steinhaus en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 april 2026.
Mr. S.M.M. Bordenga en mr. R.M. Steinhaus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]