Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:994

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
23-001791-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 107 Wegenverkeerswet 1994Art. 77a Wetboek van StrafrechtArt. 77g Wetboek van StrafrechtArt. 77h Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden zonder rijbewijs leidt tot werkstraf van 32 uur

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 8 december 2024 in Amsterdam als bestuurder van een bromfiets reed zonder geldig rijbewijs. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf van 32 uur, subsidiair 16 dagen jeugddetentie.

In hoger beroep voerde de advocaat-generaal vrijspraak aan vanwege onvoldoende overtuiging en een alternatieve lezing van de verdachte dat een vriend de bromfiets bestuurde. Het hof verwierp dit verweer omdat de verklaring van de verbalisant, die de verdachte als bestuurder zag, geloofwaardiger was en het alternatieve scenario niet werd onderbouwd.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zonder rijbewijs reed en bevestigde de strafbaarheid van het feit. Gezien de eerdere strafbeschikking voor een soortgelijk feit en het gevaar voor verkeersveiligheid, handhaafde het hof de opgelegde werkstraf van 32 uur. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 32 uur wegens rijden zonder rijbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001791-25
datum uitspraak: 16 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-074281-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 januari en 2 april 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 8 december 2024 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, de Zeeburgerstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat het hof de verdachte vrijspreekt van het hem tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat alhoewel het wettig bewijs voorhanden is de overtuiging dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan bij haar ontbreekt gelet op de beknoptheid van het proces-verbaal van overtreding en het door de verdachte geschetste alternatieve scenario.
De raadsman heeft het hof ter terechtzitting eveneens verzocht de verdachte vrij te spreken van het hem tenlastegelegde. De verdachte heeft steeds verklaard dat zijn vriend [persoon] degene was die de bromfiets bestuurde, dat hij bij hem achterop zat. De verbalisant heeft ten onrechte geverbaliseerd dat de verdachte degene was die de bromfiets bestuurde.
Het hof stelt vast dat verbalisant [verbalisant] op 11 maart 2025 op ambtsbelofte heeft geverbaliseerd dat de verdachte op de ten laste gelegde datum op de Zeeburgerstraat te Amsterdam als bestuurder van een bromfiets reed zonder dat aan hem daartoe een rijbewijs was afgegeven.
De verdachte heeft hier tegenover gesteld dat niet hij maar zijn vriend [persoon] de bestuurder van de bromfiets was, dat hij enkel bij zijn vriend achterop zat en dat op het moment dat de verbalisant hem zag [persoon] was afgestapt en hij alleen op de bromfiets zat omdat hij wilde voorkomen dat de bromfiets zou omvallen.
Het hof acht de ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte gegeven lezing niet geloofwaardig nu de daarin beschreven gang van zaken geen steun vindt in de bevindingen van de verbalisant [verbalisant] . Het hof gaat uit van de juistheid van hetgeen de verbalisant in zijn proces-verbaal van bevindingen heeft neergelegd, te weten dat hij de verdachte de bromfiets heeft zien besturen. Daarbij betrekt het hof dat de verdachte het door hem geschetste alternatieve scenario op geen enkele wijze nader heeft onderbouwd.
Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 8 december 2024 te Amsterdam als bestuurder van een tweewielige bromfiets heeft gereden op de weg, de Zeeburgerstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 32 uur, subsidiair 16 dagen jeugddetentie.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft op 8 december 2024 met een bromfiets op de openbare weg gereden zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. Daarmee heeft hij de verkeersveiligheid van zichzelf en van andere weggebruikers in gevaar gebracht. Bovendien is de verdachte, als hij deelneemt aan het gemotoriseerd verkeer zonder dat hij een rijbewijs heeft, niet verzekerd.
Uit het strafblad van de verdachte van 20 maart 2026 volgt dat de verdachte op 22 september 2024 een strafbeschikking heeft gekregen voor een soortgelijk feit. Nog geen twee maanden later is de verdachte opnieuw in aanraking gekomen met politie voor het rijden zonder rijbewijs. De verdachte heeft uit de eerdere oplegging van de strafbeschikking kennelijk geen lering getrokken, hetgeen het hof in het nadeel van de verdachte meeweegt.
Gelet op het voorgaande ziet het hof geen aanleiding om af te wijken van de straf zoals die door de kantonrechter in eerste aanleg is opgelegd.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m en 77n van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
16 (zestien) dagen jeugddetentie.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2026.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]