ECLI:NL:GHARL:2013:1612
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na vernietiging beslissing officier van justitie in hoger beroep WAHV
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaarde en vernietigde, maar het verzoek om proceskostenvergoeding afwees. De betrokkene stelde dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende.
Het hof overwoog dat de regeling omtrent proceskostenvergoeding is bedoeld om te voorkomen dat een betrokkene die proceskosten maakt om een beslissing aan te vechten, deze kosten zelf moet dragen indien die beslissing geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. De kantonrechter had onterecht geoordeeld dat alleen bij vernietiging van de inleidende beschikking proceskostenvergoeding toekendbaar is.
Het hof stelde vast dat de betrokkene in het gelijk was gesteld door de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en dat er geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, gemaakt in het beroep bij de kantonrechter en het hoger beroep, ter hoogte van € 413.
De proceskostenvergoeding werd berekend aan de hand van punten toegekend voor de ingediende beroepschriften en nadere toelichting, met toepassing van wegingsfactoren passend bij het lichte karakter van de zaak. Kosten van de administratief beroepsfase werden niet vergoed omdat het bestreden besluit niet was herroepen.
Uitkomst: Het gerechtshof veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van €413 aan proceskosten aan de betrokkene.