ECLI:NL:GHARL:2013:3599

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2013
Publicatiedatum
23 juni 2013
Zaaknummer
WAHV 200.115.596
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WAHVArt. 22 WAHVArt. 11a Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beschikking kantonrechter inzake invorderingskosten dwangbevel WAHV

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ongegrond verklaarde. Het geschil betrof de invorderingskosten van €45,28 die reeds bij het exploot in rekening waren gebracht terwijl volgens betrokkene nog geen invorderingsmaatregelen waren genomen.

Het hof overwoog dat deze kosten de kosten zijn die het openbaar ministerie aan de gerechtsdeurwaarder moet betalen voor het incasseren van het verschuldigde bedrag op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Deze kosten zijn forfaitair vastgesteld in de Regeling vaststelling invorderingskosten en behoeven daarom niet nader te worden gespecificeerd in het exploot.

De wettelijke bepalingen uit de WAHV, het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de ministeriële regeling werden uitgebreid besproken om de rechtmatigheid van de invordering en de hoogte van de kosten te onderbouwen.

Gelet op deze overwegingen bevestigde het hof de beschikking van de kantonrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beschikking van de kantonrechter en verklaart het verzet tegen de invorderingskosten van €45,28 ongegrond.

Uitspraak

WAHV 200.115.596
22 mei 2013
CJIB 148819097
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter van de rechtbank Almelo
van 15 juni 2012
betreffende
[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 19 januari 2012 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
In reactie op het verweerschrift heeft de betrokkene verzocht om een behandeling ter zitting.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 mei 2013. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. D. Cornelissen.

Beoordeling

1.
Het hoger beroep van de betrokkene richt zich tegen het in rekening brengen van invorderingskosten ter hoogte van € 45,28 reeds bij het betekenen van het exploot, terwijl op dat moment nog geen andere invorderingsmaatregelen dan het uitbrengen van het exploot zijn genomen en de betrokkene nog de gelegenheid heeft om binnen twee dagen het verschuldigde bedrag te betalen. Het blijft dus onduidelijk of deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, aldus de betrokkene.
2.
Artikel 26, eerste lid, WAHV luidt als volgt:
“Verhaal op de goederen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geschiedt krachtens een dwangbevel, medebrengende het recht op die goederen zonder vonnis aan te tasten.”
3.
Artikel 26, negende lid, WAHV bepaalt dat de kosten van verhaal krachtens dit artikel op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie de sanctie is opgelegd worden verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingkosten.
4.
Artikel 22, tweede lid, WAHV luidt:
“Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden omtrent de inning voorschriften gegeven. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen.”
5.
Artikel 11a Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 luidt:
“De kosten van het verhaal van een administratieve sanctie worden op gelijke voet als de administratieve sanctie verhaald op degene aan wie deze sanctie is opgelegd. Onder de kosten van verhaal zijn begrepen de invorderingskosten. De kosten van verhaal, voor zover zij niet betreffen de invorderingskosten, worden berekend overeenkomstig de bij het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders vastgestelde tarieven. De omvang van de invorderingskosten wordt bepaald bij ministeriële regeling.”
Blijkens dit artikel behoren derhalve tot de kosten van het verhaal zowel de buitengerechtelijke incassokosten op basis van de (hierna te noemen) ministeriële regeling als de kosten van het deurwaardersexploot op basis van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
6.
De in artikel 11a van het Besluit bedoelde ministeriële regeling is de Regeling vaststelling invorderingskosten van de Minister van Justitie, d.d. 6 juli 2001, Stcrt 2001, 134. Artikel 1 van Pro deze Regeling luidt:
“Voor de toepassing van deze regeling betreffen de handelingen van de gerechtsdeurwaarder die worden verricht ter zake van de invordering van geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen en administratieve sancties, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004581/geldigheidsdatum_15-05-2013) 1994, geen ambtshandelingen als bedoeld in het Besluit tarieven gerechtsdeurwaarders.”
Artikel 2 van Pro deze Regeling vaststelling invorderingskosten luidt:
“Onverminderd artikel 3 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0012653/geldigheidsdatum_15-05-2013) bedragen de kosten van de in artikel 1 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0012653/geldigheidsdatum_15-05-2013) genoemde niet-ambtshandelingen voor:
a. administratieve boetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004581/geldigheidsdatum_15-05-2013) 1994: f 99,78.”
Bovengenoemd bedrag is gelijk aan € 45,28.
7.
De toelichting op deze regeling houdt onder meer in:
“De onderhavige regeling stelt de kosten vast van de incassohandelingen die worden verricht ter zake van de invordering van geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen en administratieve sancties bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (…). Het gaat daarbij om handelingen zoals het registreren van een opdracht en het beoordelen, uitvoeren en bewaken van een betalingsregeling, verhaalsrecherche, het doen van een aanmaning en corresponderen. Afzonderlijke vaststelling van deze kosten vindt plaats, mede omdat de desbetreffende incassohandelingen in de Gerechtsdeurwaarderswet niet worden gerekend tot de ambtshandelingen, waarvan de tarieven zijn vastgesteld in het Besluit tarieven (het hof leest: ambtshandelingen) gerechtsdeurwaarders. (….)”.
8.
In aanmerking nemende, dat de invorderingskosten de kosten zijn die het openbaar ministerie, moet betalen aan de gerechtsdeurwaarder voor het incasseren van het op grond van de WAHV door de betrokkene verschuldigde, zijn deze kosten terecht opgenomen in het dwangbevel en middels het deurwaardersexploot bij de betrokkene in rekening gebracht. Nu deze kosten, die blijkens de onder 7 weergegeven toelichting van uiteenlopende aard kunnen zijn, in de Regeling vaststelling invorderingskosten forfaitair zijn vastgesteld, behoefden deze in het exploot niet nader te worden gespecificeerd.
9.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beschikking van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beschikking van de kantonrechter.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.