Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het geschil centraal over de vervangende toestemming voor verhuizing van de kinderen naar een andere plaats en de wijziging van hun hoofdverblijfplaats. De moeder wil met de kinderen verhuizen naar een andere woonplaats vanwege haar sociale netwerk en persoonlijke redenen, terwijl de vader dit afwijst omdat dit niet in het belang van de kinderen zou zijn, mede vanwege de reistijd en het co-ouderschap.
Het hof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van artikel 1:253a BW en het belang van de kinderen als uitgangspunt genomen. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de kinderen geworteld zijn in de huidige woonplaats, waar zij opgroeien en intensief contact hebben met de vader. Een verhuizing zou leiden tot wisseling van school en opvang en het verbreken van sociale contacten.
Hoewel de moeder een belang heeft bij terugkeer naar de andere plaats, weegt dit niet zwaarder dan het belang van de kinderen en de vader bij handhaving van de huidige situatie. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd dat het huidige contact met familie en kennissen niet volstaat. Ook acht het hof de reistijd van anderhalf uur belastend voor de kinderen en zal de rol van de vader aanzienlijk worden verkleind bij verhuizing.
Het hof bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder af. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen en het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder af om vervangende toestemming te verlenen voor verhuizing en wijziging hoofdverblijfplaats van de kinderen.