ECLI:NL:GHARL:2013:4324
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.F.J.N. van Osch
- A.A. van Rossum
- Rechtspraak.nl
Passende arbeid wordt bedongen arbeid bij loondoorbetaling na ziekte
De werknemer [B] was sinds 2002 in dienst als senior verkoopmedewerker bij [A]. Na ziekte-uitval in 2006 werd zij aangepast werk aangeboden op basis van een arbeidsdeskundig rapport, waarin werd geconcludeerd dat zij haar functie met aanpassingen kon blijven vervullen. Vanaf december 2008 werkte zij op basis van deze aangepaste werkzaamheden, die feitelijk binnen haar oorspronkelijke functie vielen maar qua takenpakket deels waren gewijzigd.
De werkgever stelde dat de loondoorbetalingsplicht was geëindigd na 104 weken ziekte en dat de aangepaste werkzaamheden geen nieuwe bedongen arbeid vormden. De rechtbank oordeelde echter dat de aangepaste arbeid de bedongen arbeid was geworden, waarop werknemer mocht vertrouwen, en wees de vordering van de werkgever af.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de wijziging van de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was aanvaard doordat werknemer gedurende een lange periode passende arbeid verrichtte die niet ter discussie stond. De werkgever mocht niet terugkomen op deze situatie, ook niet gezien de uitvoering van het arbeidsdeskundig advies en aanpassingen op de werkplek.
Ten aanzien van de discussie over ingehouden vakantie-uren in november 2009 oordeelde het hof dat werknemer onvoldoende had onderbouwd dat zij ziek was gemeld wegens de Mexicaanse griep, zodat de werkgever terecht vakantie-uren mocht inhouden. De vordering tot betaling van deze uren werd afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis in conventie en vernietigde het vonnis in reconventie voor zover het de vakantie-uren betrof. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De passende arbeid is de bedongen arbeid geworden, waardoor loondoorbetaling blijft bestaan; de vordering tot betaling van ingehouden vakantie-uren wordt afgewezen.