Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
wonende te [woonplaats],
verzoekers in hoger beroep, verder gezamenlijk te noemen: de ouders, respectievelijk de vader en de moeder,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
Met de kinderrechter leidt het hof uit de bevindingen van de hulpverleners af dat de ouders niet, in elk geval niet voldoende, leerbaar zijn en dat zij voortdurend aansturing en controle van de hulpverleners nodig hebben om thuis voor de kinderen een acceptabel leefklimaat te laten ontstaan en voortbestaan. De hulpverlening stelt vast dat haar aanwezigheid noodzakelijk is om een (minimaal) niveau vast te houden, er voor te zorgen dat geen agressieve incidenten tussen de ouders plaatsvinden en dat eigenlijk meer dan twintig uur per week hulpverlening ingezet zou moeten worden om de situatie verder te verbeteren.