ECLI:NL:GHARL:2013:5040

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juni 2013
Publicatiedatum
10 juli 2013
Zaaknummer
200.126.598-01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89a RvArt. 142 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep na onterecht verstekvonnis in civiele procedure

In deze civiele procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat als verstekvonnis was gepresenteerd. In eerste aanleg had appellant zich echter wel gesteld, maar door een administratieve fout was de stelbrief in een verkeerd dossier terechtgekomen, waardoor onterecht een verstekvonnis werd gewezen.

De griffier van de rechtbank bevestigde dat het vonnis niet herroepen of hersteld kon worden en dat het rechtsmiddel van verzet openstond tegen het verstekvonnis. Appellant stelde echter dat op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 15 oktober 1993, NJ 1994/7) in een dergelijk geval geen verzet, maar hoger beroep openstaat.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat appellant terecht ontvankelijk is in hoger beroep, omdat het verstekvonnis door zuivering van het verstek is komen te vervallen en het vonnis als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd. De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor controle van de betaling van het griffierecht, waarna de procedure zal worden voortgezet.

Uitkomst: Appellant is ontvankelijk in hoger beroep ondanks het onterecht gewezen verstekvonnis.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.126.598/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3366095 CV EXPL 13-720)
rolbeschikking van de eerste kamer van 4 juni 2013
in de zaak van
[volledige naam appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
[appellant],
advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudend te Emmen,
tegen
Diamond Invest B.V.,
gevestigd te Elim,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
Diamond Invest,
advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudend te Groningen.

1.Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 5 maart 2013 van de kantonrechter uit de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (verder: de kantonrechter).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure is als volgt:
  • de dagvaarding in hoger beroep d.d. 1 mei 2013 (met inhoudelijk verweer en producties),
  • de akte inzake de ontvankelijkheid d.d. 28 mei 2013, (met producties,)
  • de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, (met producties,)

3.De beoordeling van de ontvankelijkheid

3.1
[appellant] heeft appel ingesteld van het vonnis van de kantonrechter d.d. 5 maart 2013, dat het opschrift "verstekvonnis" draagt en ook naar verdere uiterlijke verchijningsvorm als een verstekvonnis is geredigeerd.
3.2
De rolraadsheer heeft [appellant] verzocht om zich bij akte over de ontvankelijkheid van het appel uit te laten, nu tegen een op verstek gewezen vonnis het rechtsmiddel van verzet openstaat en niet dat van hoger beroep.
3.3
[appellant] heeft aangegeven dat de kantonrechter ten onrechte een verstekvonnis heeft gewezen, aangezien hij zich wel in de procedure in eerste aanleg heeft gesteld. Ten bewijze daarvan is een brief van de griffier van de rechtbank Noord-Nederland overgelegd (team handel/kanton Assen) waarin de griffier schrijft (na overleg met de kantonrechter die het verstekvonnis had gewezen) dat de stelbrief namens [appellant] in een verkeerd dossier terecht is gekomen en dat er door systeemtechnische oorzaken ten onrechte een verstekvonnis is gewezen. Dit vonnis kan niet worden herroepen of hersteld. De griffier meldt dat daartegen het rechtsmiddel verzet openstaat.
3.4
[appellant] heeft er terecht op gewezen dat ingevolge HR 15 oktober 1993, NJ 1994/7 tegen een dergelijk vonnis geen verzet, doch hoger beroep openstaat. De Hoge Raad overwoog daar:
In een geding waarin één partij is gedagvaard en waarin de eiser is verschenen, hangt het van het al of niet verschenen zijn van de gedaagde af, of de rechter een vonnis op tegenspraak dan wel een vonnis bij verstek wijst. Wanneer de gedaagde, nadat tegen hem verstek is verleend, alsnog in het geding verschijnt, vervallen van rechtswege de gevolgen van het tegen hem verleende verstek, behalve ten aanzien van de daardoor veroorzaakte kosten (art. 89a Rv,oud, thans 142 Rv
). Hieruit volgt dat het na de zuivering van het verstek gewezen eindvonnis een op tegenspraak gewezen vonnis is, waartegen het rechtsmiddel van verzet niet openstaat.
3.5
Mitsdien acht de rolraadsheer [appellant] in zoverre ontvankelijk in zijn appel en zal de zaak verwijzen naar de rol van 18 juni 2013 voor controle betaling griffierecht [appellant]. Als het griffierecht is voldaan, gaat de zaak verder voor memorie van antwoord zijdens Diamond Invest.
De beslissing
De rolraadsheer:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 18 juni 2013voor afwachten griffierecht appellant.
Aldus gegeven op dinsdag 4 juni 2013 door mr. J.H. Kuiper, rolraadsheer, en mede-ondertekend door de griffier.