Uitspraak
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
De tenlastelegging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Artikel 22b
opgelegd. Blijkens dat uittreksel heeft de verdachte op 18 maart 2008 een transactie aanvaard ter zake van het plegen van openlijke geweldpleging en heeft hij in dat kader een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van dertig uren verricht. Echter, een dergelijke aanvaarding door de verdachte van een hem door het openbaar ministerie aangeboden transactievoorstel kan niet worden aangemerkt als een
aan hem opgelegdetaakstraf, als bedoeld in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht. Met name niet omdat het hier een door de verdachte
aanvaard aanbodbetreft, welk aanbod is gedaan door de officier van justitie ex artikel 74 van Pro het Wetboek van Strafrecht, en geen rechterlijk oordeel.
Vordering van de benadeelde partij Gemeente Haren
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
geldboetevan
€ 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
12 (twaalf) dagen hechtenis.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Vordering van de benadeelde partij Gemeente Haren
€ 140,60 (honderdveertig euro en zestig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 140,60 (honderdveertig euro en zestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.