Uitspraak
[appellante],
de bank,
1.Het geding in eerste aanleg
13 april 2011, 2 november 2011 en 1 februari 2012 van de rechtbank Assen.
2.Het geding in hoger beroep
"het vonnis op 1 februari 2012 door de rechtbank te Assen gewezen onder zaaknummer/rolnummer 84943 / HA ZA 11-112 tussen [appellante] als gedaagde in conventie en Regiobank als eiseres in conventie te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad
3.De beoordeling
"Hierbij delen wij u mede dat wij bereid zijn u, onder voorbehoud van ons recht tot dagelijkse opzegging, een krediet in rekening-courant te verlenen van € 110.000,- (zegge: eenhonderdtienduizend euro). Dit krediet zal in principe worden aangewend voor de financiering van de aankoop van een woonhuis met aanbehoren te [woonplaats], [adres 1].(…)Het krediet zal worden afgelost uit de verkoopopbrengst van het woonhuis te [woonplaats], [adres 2]. Het onderpand is voorbelast met een 1e hypothecaire lening bij Avero hypotheken onder nummer pro resto € 177.000,00, welke zal worden afgelost na verkoop.
,waarin onder meer het volgende is vermeld:
"Het bovenvermelde onroerend goed is:Een woonhuis met aanbehoren, staande en gelegen te [adres 2] te [postcode] [woonplaats].
"Tevens hebben wij geconstateerd dat de looptijd van het overbruggingskrediet nummer [nummer] is verstreken. De voorwaarden uit de door u getekende overeenkomst bent u niet nagekomen. Wij eisen zowel de hypothecaire lening als het overbruggingskrediet per direct op."
a. dat [appellante] zal zijn bevrijd van haar verplichting tot betaling van rente;
b. een verklaring voor recht dat de bank onrechtmatig tegenover [appellante] heeft gehandeld;
c. een verklaring dat de bank gehouden is tot vergoeding van schade aan [appellante].
" (…) dat sprake is van een overeenkomst, inhoudende een opschortende voorwaarde, hieruit bestaande dat aflossing van het krediet zal plaatsvinden uit de verkoopopbrengst van het woonhuis te [woonplaats] aan het [adres 2] en niet uit de verkoopopbrengst van het woonhuis aan [adres 1]."
onzekeregebeurtenis afhankelijk is gesteld (art. 6:21 BW Pro). Indien niet onzeker is
ofeen gebeurtenis zich zal voordoen maar slechts
wanneerdat het geval zal zijn, is sprake van een verplichting onder tijdsbepaling zoals bedoeld in artikel 6:39 lid 1 BW Pro. Dat neemt niet weg dat ook een tijdsbepaling in de weg kan staan aan de opeisbaarheid van de vordering van de bank.
“Het krediet zal worden afgelost uit de verkoopopbrengst van het woonhuis te [woonplaats], [adres 2].”