ECLI:NL:GHARL:2013:5849
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzet stealth-sms als opsporingsmiddel en bewijsuitsluiting in hoger beroep
In deze strafzaak stond de inzet van stealth-sms als opsporingsmiddel centraal. De raadsman van verdachte voerde aan dat de inzet van stealth-sms zonder wettelijke basis plaatsvond en dat dit tot bewijsuitsluiting moest leiden. De rechtbank oordeelde dat de stealth-sms zonder wettelijke grondslag was ingezet, maar dat dit vormverzuim geen gevolgen had vanwege de beperkte extra inbreuk op de privacy.
In hoger beroep heeft het hof de argumenten van de raadsman verworpen. Het hof stelde vast dat stealth-sms niet valt onder de specifieke opsporingsbevoegdheden van artikel 126g, 126m of 126n Sv en ook niet onder het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. Het hof sloot zich aan bij eerdere jurisprudentie van het Gerechtshof Den Bosch en oordeelde dat de inzet van stealth-sms gerechtvaardigd is op grond van artikel 2 van Pro de Politiewet (oud) in samenhang met artikelen 141 en 142 Sv.
Het hof vond dat de inzet van stealth-sms slechts een zeer geringe extra inbreuk op de privacy van verdachte betekende, zeker in combinatie met reeds toegepaste bijzondere opsporingsbevoegdheden. Het verweer tot bewijsuitsluiting werd daarom verworpen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met een verbetering van de motivering omtrent de stealth-sms inzet.
De zaak illustreert de afweging tussen privacybescherming en effectieve opsporing, waarbij het hof het gebruik van stealth-sms als proportioneel en wettelijk gegrond beschouwde.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en oordeelt dat de inzet van stealth-sms gerechtvaardigd is en het bewijs niet wordt uitgesloten.