ECLI:NL:GHARL:2013:5916

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 augustus 2013
Publicatiedatum
9 augustus 2013
Zaaknummer
21-003852-13
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 63 SrArt. 254 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ontuchtige handelingen met een dier bevestigd met geldboete

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een dier, te weten een geit of een schaap, op of omstreeks 9 december 2011 te Utrecht.

Het hof achtte wettig bewezen dat de verdachte zijn gulp opende, het dier bij de heupen of achterpoten vastpakte, zijn ontblote geslachtdeel tegen het achterlichaam van het dier bracht en zijn onderlichaam richting het dier verplaatste. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.

De strafbaarheid van de verdachte werd bevestigd omdat er geen omstandigheden waren die dit uitsloten. Gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde en het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf was veroordeeld, legde het hof een geldboete van €200 op, met een vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling.

De uitspraak werd gedaan door mr B.J.J. Melssen, voorzitter, mr H. Abbink en mr M.C.J. Groothuizen, raadsheren, op 9 augustus 2013 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €200 met vier dagen hechtenis bij niet-betaling wegens ontuchtige handelingen met een dier.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003852-13
Uitspraak d.d.: 9 augustus 2013
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 18 maart 2013 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats (Marokko), 1967],
thans uit anderen hoofde verblijvende in [huis van bewaring].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 juli 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.H.H. Meulemeester, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 9 december 2011 te Utrecht ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, te weten een geit of een schaap, welke ontuchtige handelingen bestonden uit het
- openen van zijn gulp en/of
- vastpakken van het dier bij de heupen/achterpoten en/of
- brengen van zijn (ontblote) geslachtdeel tegen althans naar het achterlichaam van het dier en/of
- verplaatsen van zijn onderlichaam richting het dier.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij opof omstreeks9 december 2011 te Utrecht ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, te weteneen geit ofeen schaap, welke ontuchtige handelingen bestonden uit het
- openen van zijn gulp en/of
- vastpakken van het dier bij de heupen/achterpoten en/of
- brengen van zijn (ontblote) geslachtdeel tegen althans naar het achterlichaam van het dier en/of
- verplaatsen van zijn onderlichaam richting het dier.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:
Met een dier ontuchtige handelingen plegen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Gelet op de op dit misdrijf gestelde maximumstraf en in aanmerking genomen de aard van de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen en de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld, is geen andere straf dan een geldboete op zijn plaats.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr H. Abbink en mr M.C.J. Groothuizen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr D. Mientjes, griffier,
en op 9 augustus 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr B.J.J. Melssen en mr M.C.J. Groothuizen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.