In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een dier, te weten een geit of een schaap, op of omstreeks 9 december 2011 te Utrecht.
Het hof achtte wettig bewezen dat de verdachte zijn gulp opende, het dier bij de heupen of achterpoten vastpakte, zijn ontblote geslachtdeel tegen het achterlichaam van het dier bracht en zijn onderlichaam richting het dier verplaatste. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De strafbaarheid van de verdachte werd bevestigd omdat er geen omstandigheden waren die dit uitsloten. Gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde en het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf was veroordeeld, legde het hof een geldboete van €200 op, met een vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling.
De uitspraak werd gedaan door mr B.J.J. Melssen, voorzitter, mr H. Abbink en mr M.C.J. Groothuizen, raadsheren, op 9 augustus 2013 tijdens een openbare terechtzitting.