ECLI:NL:GHARL:2013:5945
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. Otte
- H. Abbink
- R. de Groot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending redelijke en billijke belangenafweging
De verdachte werd beschuldigd van bedreiging van minderjarige slachtoffers en familieleden op 12 oktober 2012. De bedreiging vond plaats in een context van spanningen in de woonwijk en eerdere bedreigingen door het slachtoffer aan de zoon van verdachte.
De verdachte deed aangifte namens zijn zoon, maar uitte daarbij dreigende woorden richting het slachtoffer en politie. De officier van justitie besloot tot vervolging en aanhouding, waarbij de ouders van het slachtoffer werden geïnformeerd om aangifte te doen.
Het hof oordeelt dat deze vervolgingsbeslissing onredelijk was, omdat het openbaar ministerie niet heeft geprobeerd te de-escaleren en bemiddeling mogelijk was. De situatie escaleerde hierdoor onnodig. Gezien de voorgeschiedenis en het ontbreken van eerdere justitiële contacten van verdachte, concludeert het hof dat geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie tot vervolging had mogen besluiten.
Daarom wordt het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.