Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
4.De vaststaande feiten
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
6.De slotsom
€ 2.632,-(1 punt x tarief V)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of FC Twente gehouden was een transfervergoeding van €140.000,- aan de voetballer te betalen, ondanks een door FC Twente gestelde afspraak tot afstand van dit recht. De voetballer had een arbeidsovereenkomst met FC Twente die onder meer een schriftelijkheidsvereiste bevatte voor wijzigingen. FC Twente stelde dat de speler afstand had gedaan van zijn recht op de vergoeding via een overeenkomst tot beëindiging, gesloten door diens vertegenwoordiger [S].
Het hof oordeelde dat het schriftelijkheidsvereiste niet van toepassing was op de beëindigingsovereenkomst. Echter, FC Twente slaagde er niet in te bewijzen dat [S] bevoegd was de speler te vertegenwoordigen bij de beëindiging en wijziging van de vergoeding. [S] was geen erkend spelersmakelaar en de voetballer betwistte de volmacht. Ook was er geen gerechtvaardigde schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Daarmee faalden de grieven van FC Twente en werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. FC Twente werd veroordeeld tot betaling van het bedrag van €140.000,- plus wettelijke rente en in de kosten van het hoger beroep. Het hof benadrukte het belang van het schriftelijkheidsvereiste en de bescherming van de rechten van de werknemer, ook in het voetbalrecht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt FC Twente tot betaling van €140.000,- plus rente en in de kosten van het hoger beroep.