Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van de grief van [appellant] in het principaal appel
13-03-1981,
LJN: AG4158; Haviltex).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak ging het om de vraag of de periodiek te betalen termijnen van een koopprijs integraal opeisbaar worden indien de koper het gekochte motorjacht aan een derde doorverkoopt, zonder dat partijen dit uitdrukkelijk zijn overeengekomen.
De koper had het motorjacht in 2003 gekocht met een betalingsregeling waarbij een deel van de koopsom in maandelijkse termijnen van €500 zou worden voldaan. Later verkocht hij het jacht door en de verkoper vorderde daarop het resterende bedrag integraal, stellende dat dit bij doorverkoop opeisbaar werd.
De rechtbank had de vordering toegewezen op grond van een leemte in de overeenkomst die volgens de rechtbank moest worden aangevuld. Het hof oordeelde echter dat uit de overeenkomst, met name artikel 1d, geen verbod of opeisbaarheid bij doorverkoop kan worden afgeleid, noch dat een dergelijke leemte op die wijze moet worden ingevuld. Het hof vernietigde daarom het vonnis en wees de vordering af.
De kosten van beide instanties werden aan de verkoper opgelegd. Het arrest werd op 17 september 2013 door het hof Arnhem-Leeuwarden gewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en vernietigt het vonnis van de rechtbank.