Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.de vennootschap naar Liechtensteins recht Aqua Fina A.G.,
[geintimeerde sub 2],
[geintimeerde sub 3],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert Aqua Fina c.s. vernietiging van arbitrale vonnissen van 15 juli 2005 en 25 mei 2010. De rechtbank Arnhem heeft deze vordering toegewezen omdat Aqua Fina c.s. geen partij zijn bij de arbeidsovereenkomst met arbitrageclausule tussen Terra Fina en appellant, waardoor de arbiters zich ten onrechte bevoegd verklaarden.
Het hof bevestigt dat Aqua Fina c.s. tijdig een beroep op onbevoegdheid hebben gedaan en dat er geen geldige overeenkomst tot arbitrage bestaat tussen Aqua Fina c.s. en appellant. Aanvaarding van de arbitrageclausule vereist vrijwilligheid en ondubbelzinnigheid, die hier ontbreken. Stellingen over schuldoverneming of derdenbeding zijn onvoldoende onderbouwd.
Het hof oordeelt dat de procedure tot vernietiging zich uitsluitend richt op het vernietigen van arbitrale vonnissen en niet op het vaststellen van onrechtmatig handelen van arbiters of partijen. Het incidenteel hoger beroep mist daarom doel en wordt afgewezen.
De rechtbank Arnhem wordt bekrachtigd, appellant wordt veroordeeld in de kosten van principaal hoger beroep en Aqua Fina c.s. in die van het incidenteel hoger beroep. Het arrest is uitgesproken op 24 september 2013.
Uitkomst: Het hof vernietigt de arbitrale vonnissen wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Arnhem.