Uitspraak
de vader,
Bureau Jeugdzorg Flevoland,
BJZ.
[de moeder],
de moeder.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen die onder toezicht van Bureau Jeugdzorg (BJZ) zijn gesteld. BJZ heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen verkregen vanwege ernstige zorgen over hun verzorging en opvoeding. De vader is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking.
Het hof oordeelt dat BJZ het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft geschonden, mede omdat er meerdere keren gebruik is gemaakt van een tolk en de vader zelf een vertrouwenspersoon inschakelde. De stelling dat BJZ eenzijdig feiten heeft weergegeven wordt verworpen, aangezien ook het standpunt van de ouders is opgenomen en het besluit mede is gebaseerd op bevindingen van derden.
De kinderen vertoonden ernstige ontwikkelingsachterstanden, zoals een taal-/spraakachterstand, onvoldoende stimulering, obesitas en een ongezond gebit. De gezinssituatie was sociaal geïsoleerd en financieel zorgelijk. De moeder verbleef tijdelijk in een blijf-van-mijn-lijfhuis en vertrok met de kinderen naar België zonder vaste verblijfplaats, wat de hulpverlening bemoeilijkte.
Het hof concludeert dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. Minder ingrijpende maatregelen zijn onvoldoende gebleken, mede door het gebrek aan openheid en medewerking van de ouders. De beschikking wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt bekrachtigd.