ECLI:NL:GHARL:2013:7385
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken goede trouw op grond van hardheidsclausule
De rechtbank Midden-Nederland wees het verzoek van appellant tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af vanwege het ontbreken van goede trouw omtrent het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en de vrees dat de verplichtingen niet nagekomen zouden worden vanwege alcohol- en psychische problematiek.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij niet gefraudeerd had, zijn problematiek was overwonnen en hij zijn leven weer op de rit had. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van goede trouw, appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn problematiek onder controle had en dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden had overwonnen. Daarom werd appellant alsnog toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellant.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe op grond van de hardheidsclausule.