Uitspraak
[Z](hierna: belanghebbende)
Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
3.Geschil, standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
8 oktober 2013in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2011 door de gemeente Hardenberg was vastgesteld op €316.000. Hij betwistte deze waarde en stelde dat deze te hoog was, terwijl de heffingsambtenaar vond dat de waarde eerder te laag was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens het hoger beroep bleek dat de heffingsambtenaar onduidelijk en mogelijk onjuist had gehandeld door het ontbreken van een bouwtekening en het gebruik van schattingen voor de inhoudsberekening van de woning. Dit werd door het hof als laakbaar beoordeeld.
Het hof oordeelde dat geen van de partijen de door hen verdedigde waarde aannemelijk had gemaakt, maar dat de vastgestelde waarde van €316.000 te hoog was. Het stelde de waarde in goede justitie vast op €300.000 en vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten en legde een vergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand vast.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €300.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.