ECLI:NL:GHARL:2013:7750

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 oktober 2013
Publicatiedatum
16 oktober 2013
Zaaknummer
21-002404-12
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor professioneel vuurwerkbezit zonder gespecialiseerde kennis

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens het professioneel opslaan en voorhanden hebben van vuurwerk zonder gespecialiseerde kennis. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en legt een lagere straf op, rekening houdend met de aard van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof stelt vast dat de verdachte meerdere keren professioneel vuurwerk heeft opgeslagen, waaronder nitraten en signalraketten, zonder de vereiste gespecialiseerde kennis. De bewezenverklaring betreft specifiek 5 lawinepijlen/signalraketten en 190 nitraten, alsmede 36 nitraten van het merk Super Cobra 6. Andere tenlasteleggingen worden niet bewezen verklaard.

De strafrechtelijke kwalificatie betreft een overtreding van artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk en meermalen gepleegd. Het hof weegt mee dat de verdachte in het verleden weliswaar veroordeeld is, maar niet voor soortgelijke feiten en dat hij zich schuldbewust heeft getoond. Daarom wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 100 uur opgelegd, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Het hof benadrukt dat het niet ieder stuk vuurwerk als strafverzwarend beschouwt en onderscheid maakt tussen first offenders en recidivisten. De opgelegde straf is lager dan in eerste aanleg, passend bij de omstandigheden en de persoon van de verdachte.

Het vonnis is op 15 oktober 2013 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat het vonnis van de economische politierechter vernietigt en opnieuw recht doet.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 100 uur voor professioneel vuurwerkbezit zonder gespecialiseerde kennis.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002404-12
Uitspraak d.d.: 15 oktober 2013
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Arnhem van 24 mei 2012 in de strafzaak met parketnummer 84-050680-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],
wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 oktober 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd en houdt in dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 20 december 2011, althans in of omstreeks de maand december 2010, in de gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:
- 5 stuks lawinepijlen/signalrakete, althans een aantal lawinepijlen/signalrakete (naam Signaalrakete Zink) en/of
- 190 stuks nitraten, althans een of meer nitraten (in plastic handgraatmodel) en/of
– 36 stuks nitraten, althans een of meer nitraten (merk Super Cobra 6),
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks20 december 2011,
althans in of omstreeks de maand december 2010,in de gemeente [gemeente],
al dan nietopzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:
- 5 stuks lawinepijlen/signalrakete, althans een aantal lawinepijlen/signalrakete (naam Signaalrakete Zink) en
/of
- 190 stuks nitraten, althans een of meer nitraten (in plastic handgraatmodel) en
/of
- 36 stuks nitraten, althans een of meer nitraten
(merk Supwr Cobra 6),
heeft opgeslagen en
/ofvoorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:
Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is.
De officier van justitie heeft in eerste aanleg geëist dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De economische politierechter heeft de verdachte, conform de eis, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft geëist dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.
De verdachte heeft in strijd met de geldende regelgeving professioneel vuurwerk opgeslagen en voorhanden gehad. Het opslaan van dergelijke hoeveelheden professioneel vuurwerk brengt grote risico’s met zich mee. De verdachte heeft zich van die risico’s niet vergewist.
Het hof is evenwel van oordeel dat in het licht van de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, een andersoortige en lagere straf aan de verdachte dient te worden opgelegd dan is opgelegd door de economische politierechter in eerste aanleg. Daarbij merkt het hof nog op dat het niet het uitgangspunt deelt dat elk afzonderlijk stuk vuurwerk dient te leiden tot een verhoging van de strafmaat en dat het in die zin onderscheid pleegt te maken tussen first offenders en recidivisten dat bij de eerste categorie in gevallen als de onderhavige in beginsel een taakstraf wordt opgelegd, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Bij dit oordeel heeft het hof eveneens een aantal omstandigheden ten voordele van de verdachte meegewogen die de persoon van de verdachte betreffen en zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 september 2013 blijkt weliswaar dat de verdachte in het verleden is veroordeeld ter zake van het plegen van strafbare feiten, maar het hof heeft geconstateerd dat deze veroordelingen dateren van 2001 en eerder. Bovendien is de verdachte niet eerder veroordeeld ter zake van het plegen van een soortgelijk strafbaar feit als thans bewezenverklaard.
De verdachte heeft zich tijdens de terechtzitting schuldbewust getoond en het hof acht aannemelijk dat deze houding oprecht is.
Het hof is van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr A. van Waarden, voorzitter,
mr J.A.W. Lensing en mr J.F.L. Roording, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr L.J.J.G. Verhaeg, griffier,
en op 15 oktober 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr J.F.L. Roording is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.