Uitspraak
de raad,
de ouders,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij de rechtbank Overijssel een verzoek tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen ingediend, dat werd afgewezen. De Raad ging in hoger beroep en verzocht het gerechtshof om de beschikking te vernietigen en alsnog ondertoezichtstelling toe te wijzen.
Het hof heeft de feiten vastgesteld, waaronder de erkenning van de kinderen door de vader, het gezag van de ouders, en de eerdere detentie van beide ouders waardoor de kinderen tijdelijk in een pleeggezin en daarna bij grootouders zijn geplaatst. Sinds mei 2013 wonen de ouders weer zelfstandig met de kinderen en hebben zij hulp ingeschakeld om hun situatie te verbeteren.
De Raad stelde dat de sociaal-emotionele, fysieke en cognitieve ontwikkeling van de kinderen bedreigd werd en dat eerdere hulpverlening niet effectief was. Het hof oordeelde echter dat de zorgen inmiddels zijn ingehaald door de tijd en dat de ouders met ondersteuning de doelen grotendeels hebben bereikt. Er is geen recente ernstige bedreiging van de belangen van de kinderen gebleken.
Daarom heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep van de Raad af en bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling.