Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de rechthebbende,
de echtgenote van de rechthebbende,
de bewindvoerder.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De onderbewindgestelde rechthebbende en zijn echtgenote verzochten het hof om de afwijzing van hun schenking aan de kleinkinderen door de kantonrechter te vernietigen. De bewindvoerder had namens de rechthebbende een verzoek ingediend om een bedrag van €12.500 te schenken aan elk van de twee kleinkinderen, de kinderen van hun overleden zoon.
Het hof oordeelde dat de rechthebbende sinds 2010 onder beschermingsbewind staat en daardoor niet zelfstandig procespartij kan zijn; de bewindvoerder vertegenwoordigt hem in en buiten rechte. De bewindvoerder onderschreef het hoger beroep en stelde voor om het verzoek in hoger beroep voort te zetten. Het hof achtte dit voldoende om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren.
Het hof overwoog dat schenken een beschikkingsdaad is waarvoor toestemming van de rechthebbende of machtiging van de kantonrechter nodig is. Hoewel de rechthebbende in staat is zijn wil te bepalen, was het verzoek tot machtiging door de bewindvoerder ingediend en gerechtvaardigd. Gezien eerdere jaarlijkse schenkingen en het vermogen van de rechthebbende achtte het hof de schenking verantwoord en in het belang van de rechthebbende en zijn echtgenote.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en verleende alsnog de machtiging voor de schenking van €12.500 aan elk kleinkind, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.
Uitkomst: Het hof verleent machtiging aan de bewindvoerder om een schenking van €12.500 aan elk kleinkind te doen onder het vermogen van de onder bewind gestelde rechthebbende.