Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellante 1],wonende te [woonplaats],verder te noemen: [appellante 1],
2.[appellante 2],
3. [appellant 1],
4. [appellant 1],
Het hof verwijst voor wat betreft het procesverloop naar zijn tussenbeschikking van
29 november 2012.
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
(hierna: de raad) van 1 mei 2013;
- op 5 juni 2013 een brief met bijlage van de raad van 4 juni 2013;
- op 6 juni 2013 een brief met bijlagen van mr. van der Werf van 6 juni 2013.
mr. Veenstra met dien verstande dat appellante 1 ([appellante 1]) niet als belanghebbende is aangemerkt door het hof maar als informant. Voorts is [geïntimeerde] verschenen, bijgestaan door haar advocaat en namens de raad is dhr. Kelderhuis verschenen.
2.De motivering van de beslissing
Ter zitting is het hof gebleken dat partijen zich de noodzaak om te communiceren over [halfbroer] goed realiseren en dat zij zich hiertoe ook bereid hebben verklaard, hetgeen het hof van harte ondersteunt.