Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de man,
[geïntimeerde],
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2000 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2011 is aan de vader een onderhoudsbijdrage opgelegd voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De vader verzocht de rechtbank om deze bijdrage te verlagen naar nihil vanaf de datum van zijn verzoek in 2012, vanwege een inkomensverlies door het opzeggen van zijn baan in loondienst en het starten van een eigen onderneming.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vader hoger beroep instelde. Het hof stelde vast dat er inderdaad sprake was van een wijziging van omstandigheden, maar dat het inkomensverlies van de vader herstelbaar was. De vader had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kon terugkeren in zijn oude functie of een vergelijkbaar inkomen kon verwerven.
Het hof oordeelde dat bij de draagkracht van de vader moest worden uitgegaan van zijn oude inkomen bij zijn voormalige werkgever. De stellingen van de vader over het verlies van ploegentoeslag en de noodzaak om zijn bedrijf te continueren werden niet bewezen geacht. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en droeg elke partij haar eigen kosten.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader wordt bevestigd op basis van zijn oude inkomen; zijn inkomensverlies wordt als herstelbaar beschouwd.