Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- niet duidelijk is wat [appellant] en [appellante] na 2004 hebben gedaan om op hun “oude” schulden af te lossen;
- [appellant] en [appellante] hadden bij het aangaan van hun financiële verplichtingen in de afgelopen vijf jaar rekening moeten houden met de reeds bestaande relatief oude schulden;
- [appellant] en [appellante] waren matig gemotiveerd om de minnelijke regeling te laten slagen omdat zij het van de Sociale Dienst van Amersfoort ontvangen bedrag van € 3.766,25 niet hebben gebruikt om schulden te betalen, terwijl de verhuurder als gevolg van de waardevermeerdering van de woning door de renovatie van de badkamer boven de andere schuldeisers is bevoordeeld terwijl [appellant] en [appellante] zich volgens hun schuldeisers ook niet maximaal hebben ingespannen om op de schulden af te lossen;
- [appellante] heeft daarnaast ook de voorraden uit haar winkel niet ten bate van haar crediteuren te gelde gemaakt;
- [appellant], die heeft gesteld dat hij na de opheffing van zijn webwinkel op 15 januari 2010 niet heeft gewerkt en evenmin heeft gesolliciteerd omdat hij arbeidsongeschikt is, heeft deze stelling onvoldoende aangetoond nu hij niet door een verzekeringsarts is gekeurd; [appellant] heeft zich na de opheffing van zijn webwinkel dan ook onvoldoende ingespannen voor zijn crediteuren.