ECLI:NL:GHARL:2013:8409
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. Barels
- C. Caminada
- M. Keppels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep jeugdzaak wegens termijnoverschrijding
In deze zaak stond het hoger beroep van een minderjarige verdachte centraal, die op het moment van het feit jonger dan 14 jaar was. De kinderrechter had de ouders van verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Namens verdachte werd hoger beroep ingesteld, maar het hof stelde vast dat dit niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na uitspraak was gebeurd.
De ouders van verdachte hadden via een brief aangegeven hoger beroep te willen instellen, maar deze brief kon niet worden aangemerkt als een rechtsgeldig stuk voor het instellen van hoger beroep conform artikel 421 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Ook was de civielrechtelijke appeltermijn van drie maanden niet van toepassing, omdat het hoger beroep niet overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was ingesteld.
De verdediging voerde aan dat de ouders onvoldoende geïnformeerd waren en taalbarrières ondervonden, maar het hof oordeelde dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding niet konden verontschuldigen. Het hof verklaarde verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De brief van de vader werd beschouwd als een bijzondere schriftelijke volmacht, maar niet als een dagvaarding zoals vereist in civielrechtelijke procedures.
De schadevergoeding betrof een bedrag van € 832,81, wat onder de drempel van € 1750,- ligt waartegen hoger beroep mogelijk is in civiele zaken. Dit versterkte het oordeel dat het hoger beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het te laat instellen van het beroep.