Uitspraak
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die hem niet-ontvankelijk had verklaard in zijn verzoek tot wijziging van de partneralimentatie na echtscheiding. Het huwelijk was in 2011 ontbonden en de rechtbank had in september 2011 de alimentatieverplichtingen vastgesteld.
De man stelde dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden, onder meer door aflossing van een rekening-courantschuld, wijziging van inkomen, woonlasten en ziektekosten. De rechtbank had hem echter niet-ontvankelijk verklaard. Het hof oordeelt dat de man wel ontvankelijk is, maar dat de gestelde wijzigingen onvoldoende zijn om de alimentatie te wijzigen.
Het hof analyseerde uitgebreid de rekening-courantschuld, het vermogen van de man, zijn inkomen bij verschillende werkgevers, woonlasten en kosten voor de kinderen. Het hof concludeert dat de man met zijn vermogen de schuld kan aflossen en dat zijn inkomen niet voldoende is onderbouwd om een lagere alimentatie te rechtvaardigen. Ook lagere woonlasten en ziektekosten leiden niet tot wijziging.
De proceskosten van het hoger beroep worden aan de man opgelegd, maar niet die van de eerste aanleg. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek van de man wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart de man ontvankelijk maar wijst zijn verzoek tot wijziging van partneralimentatie af en veroordeelt hem in de proceskosten van het hoger beroep.