ECLI:NL:GHARL:2013:8856

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 november 2013
Publicatiedatum
20 november 2013
Zaaknummer
21-006238-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van veertien dagen. Hoewel de raadsman een mededeling van het openbaar ministerie overlegde waarin werd gesuggereerd dat de beroepstermijn nog niet was aangevangen, oordeelde het hof dat dit vertrouwen onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

Het hof verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een door het openbaar ministerie opgewekt vertrouwen dat een beroepstermijn nog loopt, niet leidt tot ontvankelijkheid als het beroep alsnog binnen die termijn wordt ingesteld. In dit geval was het beroep echter na die termijn ingesteld, waardoor geen sprake was van een nadelige positie voor de verdachte.

Het hof concludeerde dat er geen bijzondere, niet aan verdachte toe te rekenen omstandigheden waren die de overschrijding rechtvaardigen. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en bleef het vonnis van de politierechter in stand.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verontschuldigbare omstandigheden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006238-13
Uitspraak d.d.: 15 november 2013
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2013 met parketnummer 16-030559-13 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 november 2013.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. S. Meeuwsen, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De dagvaarding voor de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland op 3 april 2013 is op 12 februari 2013 in persoon aan verdachte betekend.
Verdachte kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis op 3 april 2013 – derhalve uiterlijk op 17 april 2013 – daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn, te weten op 11 juli 2013, ingesteld. In beginsel heeft verdachte derhalve te laat hoger beroep ingesteld.
Ter terechtzitting van het hof heeft de raadsman een mededeling uitspraak houdende het vonnis waarvan beroep overgelegd alsmede een daarbij behorende akte van uitreiking van 2 juli 2013. In de bijsluiter van de mededeling uitspraak is vermeld dat het vonnis waarvan beroep niet onherroepelijk is en dat verdachte daartegen binnen veertien dagen na uitreiking van de mededeling uitspraak een rechtsmiddel kan aanwenden. De raadsman heeft, gelet op het vorenstaande, betoogd dat door het openbaar ministerie de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn nog niet was aangevangen. Derhalve is sprake van een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheid welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doet zijn.
Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
‘De omstandigheid dat, zoals uit de gedingstukken kan blijken, na het verstrijken van de appeltermijn door onjuiste informatie van de Officier van Justitie bij de verdachte het vertrouwen is gewekt dat een alsnog binnen een bij de mededeling van de Officier van Justitie genoemde termijn ingesteld hoger beroep ontvankelijk is, brengt niet mee dat — in geval binnen laatstbedoelde termijn hoger beroep is ingesteld — de rechter art. 408, eerste lidart. 408, eerste lid, onder a, Sv buiten toepassing zou behoren te laten en de verdachte ontvankelijk zou moeten verklaren in zijn hoger beroep. Immers in dat geval is de verdachte op grond van dat — na het verstrijken van de appeltermijn opgewekt — vertrouwen niet in een nadeliger positie gekomen dan indien dat vertrouwen niet zou zijn opgewekt, zodat onvoldoende grond bestaat om het buiten behandeling blijven van het hoger beroep onaanvaardbaar te achten’.
(HR 10 september 1996, NJ 1997,10).
Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman.
Nu ook overigens niet is gebleken van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, kan de verdachte niet in zijn beroep worden ontvangen Het hof zal de verdachte derhalve niet ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr P.R. Wery en mr F.G. Bauduin, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen, griffier,
en op 15 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr F.G. Bauduin is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.