Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de vrouw,
[geïntimeerde],
de man,
de bijzondere curator;
BJZ.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man was de juridische vader van het kind, maar uit verwantschapsonderzoek bleek hij niet de biologische vader. De rechtbank vernietigde zijn erkenning en stelde de geslachtsnaam van het kind vast op die van de moeder.
De man verzocht om een omgangsregeling op grond van een nauwe persoonlijke betrekking (family life) conform art. 1:377a BW en art. 8 EVRM Pro. Het hof oordeelde dat deze nauwe persoonlijke betrekking bestond, waardoor de man ontvankelijk was in zijn verzoek.
Echter, het belang van het kind staat voorop. Uit rapportages van de Raad, Bureau Jeugdzorg en een bijzondere curator bleek dat omgang met de man niet in het belang van het kind is. Het kind heeft een reactieve hechtingsstoornis, is emotioneel kwetsbaar en ziet de man als vriend, niet als hechtingsfiguur. De omgang veroorzaakt spanningen bij de moeder, wat negatief doorwerkt op het kind.
Het hof vernietigde daarom de eerdere beschikking die een omgangs- en informatieregeling vaststelde en wees het verzoek van de man af. Tevens werd de informatieregeling vernietigd omdat de man geen juridisch ouder meer is en geen gezag meer heeft.
De beslissing weerspiegelt het belang van het kind boven het contact met de man, ondanks diens betrokkenheid en liefde voor het kind.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling en informatieregeling wordt afgewezen en de erkenning van de man wordt vernietigd.