Belanghebbende diende bezwaar in tegen een nihilaanslag inkomstenbelasting 2007, welke door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde dat een later ontvangen bezwaarschrift als beroepschrift had moeten worden aangemerkt en vernietigde de uitspraak op bezwaar van 31 augustus 2012, maar verklaarde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 22 juni 2009 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
In hoger beroep stond de ontvankelijkheid van het beroep centraal. Het hof stelde vast dat op 22 juni 2009 op het bezwaar was beslist en dat deze beslissing aan belanghebbende was bekendgemaakt. Het hof bevestigde dat het schrijven van 31 oktober 2011 als beroepschrift had moeten worden aangemerkt, maar dat dit buiten de beroepstermijn was ingediend.
Omdat belanghebbende geen feiten of omstandigheden had gesteld die het verzuim konden rechtvaardigen, verklaarde het hof het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 22 juni 2009 terecht niet-ontvankelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.