Uitspraak
Fort,
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
"(…)Namens cliënt deel ik u bij dezen mee dat cliënt de gehele overeenkomst ontbindt. Dit betekent dat u de koopprijs voor de kalveren moet teruggegeven, met vergoeding van de gemaakte kosten en een vergoeding van de (wettelijke) rente. Het betekent ook dat u de 37 kalveren dient op te halen(…)"
: "sommeer ik u (…) om binnen 14 dagen (…)een afspraak te maken voor vervanging van de 4 kwenen voor geschikte dieren van dezelfde leeftijd, hetzelfde ras, hetzelfde gewicht en in dezelfde gezondheidstoestand.(…)"
"Hierbij bevestig ik nogmaals schriftelijk dat cliënten bereid zijn om uw cliënt zes pinken te leveren welke voldoen aan de eisen die daar normaler wijze aan gesteld mogen worden."
: "Ik heb uw brief ontvangen waarin u vraagt welke vervangende dieren acceptabel zijn.
"Ten onrechte overweegt de rechtbank onder 5.3. dat Fort uit eigener beweging terug gekomen is op de algehele kwijting die partijen elkaar over en weer verleend hadden."Grief II luidt:
“Ten onrechte oordeelt de rechtbank dat Fort aan [geïntimeerde] de kosten dient te vergoeden die verbonden zijn geweest aan het opfokken van de zes dieren.”Grief III luidt:
"Ten onrechte volgt de rechtbank [geïntimeerde] in de stelling dat de kosten van opfok € 2,155 per dier per dag zijn."
ECLI:NL:HR:2004:AO1948). Bij die uitleg kan als gezichtspunt in aanmerking worden genomen dat een partij die bij een vaststellingsovereenkomst aan haar wederpartij finale kwijting verleent en (daarmee) afstand doet van haar rechten, daarbij het oog zal hebben op rechten die betrekking hebben op de onzekerheden of de geschillen die tot de vaststellingsovereenkomst aanleiding hebben gegeven en niet op rechten en vorderingen waarvan zij het bestaan ten tijde van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst niet kende.
ECLI:NL:HR:1981:AG4158).
4.De beslissing
dinsdag 31 december 2013voor akte aan de zijde van partijen;