ECLI:NL:GHARL:2013:9240
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.A. van Rossum
- D.J. Buijs
- A.E.B. ter Heide
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden en dwaling
In deze civiele zaak draaide het om de beëindiging van een arbeidsovereenkomst tussen Siriz en de werknemer, waarbij een beëindigingsvergoeding van €38.000 was overeengekomen. De werknemer had tijdens onderhandelingen aangegeven geen concreet vooruitzicht op een nieuwe baan te hebben, terwijl hij later een aanbod kreeg van een andere werkgever.
Siriz stelde dat de werknemer had moeten melden dat hij al in een vergevorderd stadium van sollicitatie was en dat er sprake was van dwaling bij het sluiten van de overeenkomst. Het hof oordeelde echter dat het antwoord van de werknemer niet onjuist was, omdat er nog geen zekerheid was over de baan en dat Siriz had moeten doorvragen indien dit voor haar beslissend was.
Ook werd geoordeeld dat de beëindigingsvergoeding niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede gezien de compensatoire functie ervan. De grieven van Siriz werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, waarbij Siriz werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Siriz tot betaling van de beëindigingsvergoeding en de kosten van het hoger beroep.