Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 192,-per maand;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zutphen inzake de vaststelling van kinderalimentatie tussen de man en vrouw na hun echtscheiding. De man betwist de hoogte van zijn bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en voert aan dat de vastgestelde bedragen niet voldoen aan de wettelijke maatstaven. De vrouw verzoekt het beroep te verwerpen, stellende dat de man het ouderschapsplan heeft ondertekend waarin de alimentatiebedragen zijn opgenomen.
Het hof oordeelt dat het niet gebonden is aan de overeenkomst tussen partijen en zelfstandig de behoefte en draagkracht beoordeelt. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld aan de hand van de tabel van de Expertgroep Alimentatienormen, rekening houdend met het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van de samenwoning. De draagkracht van beide ouders wordt berekend op basis van hun inkomsten, lasten en fiscale voordelen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de zorgregeling en co-ouderschap.
Vanaf januari 2013 past het hof de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen toe, inclusief de zorgkorting voor de kinderen die gedeeltelijk bij de man verblijven. De bijdrage van de man wordt aangepast per kind en per periode, waarbij de zorgkorting wordt toegepast. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het zijn oordeel betreft en stelt de alimentatiebedragen opnieuw vast.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt aangepast met toepassing van nieuwe richtlijnen en zorgkorting, en de beschikking van de rechtbank wordt deels vernietigd.